
Slim gepland onderhoud houdt Kreekraksluizen goed bereikbaar
Actueel
Diep onder de Kreekraksluizen gebeurt iets wat de meeste schippers niet zien. Terwijl het vaarwegverkeer gewoon doorgaat, werkt Rijkswaterstaat aan een belangrijk onderdeel van de sluis: het in- en uitlaatwerk. Groot onderhoud dat nodig is om de sluizen ook de komende decennia betrouwbaar te houden. En zo georganiseerd dat de hinder voor de scheepvaart minimaal blijft.

Corné van Stee, technisch manager Rijkswaterstaat
De Kreekraksluizen vormen een belangrijke schakel tussen Rotterdam en Antwerpen. Jaarlijks passeren hier tienduizenden schepen. Om het water in de sluis op het juiste niveau te brengen, wordt gebruikgemaakt van het in- en uitlaatwerk. Via het inlaatwerk stroomt water vanuit het hoger gelegen kanaal de sluis in, via het uitlaatwerk stroomt het water weer weg naar een naastgelegen bufferbekken. Dat gebeurt volledig op natuurlijke wijze, zonder pompen. ‘Eigenlijk is het heel simpel’, zegt technisch manager Corné van Stee van Rijkswaterstaat. ‘We maken gebruik van de niveauverschillen tussen het kanaal en het bufferbekken.’ Achter die eenvoud schuilt een complex systeem van grote schuiven en ondergrondse riolen.
Kreekraksluizen
Onderhoud dat niet kan wachten
Het systeem wordt eens in de 25 jaar grondig onderhouden. Dat is nodig om storingen te voorkomen en de sluis beschikbaar te houden voor de scheepvaart. Tijdens het onderhoud conserveren we de schuiven, reviseren we de bewegingswerken en vervangen we bepaalde onderdelen. Ook worden betonconstructies en geleidingen geïnspecteerd en waar nodig hersteld. Volgens Corné komt dit onderhoud precies op tijd. Zonder deze werkzaamheden zou de betrouwbaarheid van de sluis in het gedrang komen en dat heeft direct gevolgen voor het drukke scheepvaartverkeer.
"Doordat we drie schuiven hebben, kunnen we er één uit bedrijf nemen voor onderhoud, terwijl de anderen gewoon blijven draaien"
Slim georganiseerd: minimale hinder
Per kolk zijn er drie inlaat- en drie uitlaatschuiven. Die verdeling komt nog uit het verleden, maar biedt nu een belangrijk voordeel. ‘Doordat we drie schuiven hebben, kunnen we er één uit bedrijf nemen voor onderhoud, terwijl de anderen gewoon blijven draaien’, legt Corné uit. Daarom is gekozen voor een gefaseerde aanpak. ‘Per fase wordt telkens een deel van het systeem aangepakt, terwijl de rest in gebruik blijft. Voor de scheepvaart betekent dat hooguit een paar minuten extra wachttijd per schutting.’ De eerste fase is inmiddels afgerond, de tweede loopt nu en de derde fase volgt dit najaar.
Tekst gaat verder onder de foto's.
Werken diep onder de grond
Het onderhoud vindt grotendeels plaats buiten het zicht, in ondergrondse ruimtes van 16 tot 18 meter diep. Dat maakt het werk complex. ‘Stel je voor dat je op een zolder bent en drie verdiepingen naar beneden moet’, vertelt Corné. ‘En daaronder zit nóg een diepe ruimte. Dat vraagt om extra aandacht voor veiligheid.’ Werken in besloten ruimtes en op hoogte brengt risico’s met zich mee. Daarom gelden strikte veiligheidsmaatregelen, zoals mangatwachten, gasmetingen, valbeveiliging en duidelijke afspraken over redding en communicatie.
"Werken in besloten ruimtes en op hoogte brengt risico’s met zich mee"
Soms toch even stremmen
Hoewel de hinder beperkt blijft, zijn korte stremmingen soms nodig. Bijvoorbeeld bij het plaatsen van onderhoudsschotten. Daarbij komen duikers in actie en wordt voor de veiligheid een kolk tijdelijk gestremd. ‘Die momenten plannen we zo kort mogelijk’, zegt Corné. ‘We hadden hier in de eerste planning twee dagen voor uitgetrokken, maar we blijken het te kunnen doen in één dag.’ Terwijl onder de grond hard wordt gewerkt, blijft het boven water rustig. De meeste schepen merken nauwelijks iets van de werkzaamheden. En dat is precies de bedoeling: essentieel onderhoud uitvoeren, zonder overlast.






