
Raoul Syrier: ‘We willen de Noordzee als één geheel bekijken’
Aan het woord
Raoul Syrier werkt als senior adviseur bij Rijkswaterstaat aan kavelbesluiten voor windparken op de Noordzee. Milieueffectrapportage (mer) speelt hierin een belangrijke rol. ‘We nemen alle ruimtelijke aspecten in ogenschouw bij het opstellen van de mer.’
‘Een kavelbesluit is een soort omgevingsvergunning of bestemmingsplan voor een windpark op zee. In zo’n besluit staat waar een windpark op de Noordzee mag komen en onder welke voorwaarden het gebouwd, geëxploiteerd en uiteindelijk weer verwijderd moet worden. Het bevat vrijwel alle ruimtelijke regels voor een windpark. Rijkswaterstaat bereidt de kavelbesluiten voor in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK).’

Raoul Syrier
Mer ten grondslag aan kavelbesluit
‘Mer speelt een belangrijke rol bij de kavelbesluiten. Voor elk kavelbesluit voor een windpark met twintig windturbines of meer geldt een mer-plicht; bij een windpark met tussen de drie en twintig windturbines is er een mer-beoordelingsplicht. Voor 2024, onder het Besluit milieueffectrapportage, was er bij tien windturbines een directe mer-plicht. Ecologie is hierbij uiteraard heel belangrijk. Wat is het effect van het windpark op het leven boven water – denk aan vogels en vleermuizen – en eronder? Bij het onderwaterleven gaat het om vissen, zeezoogdieren zoals bruinvissen en zeehonden en het bodemleven (riffen en andere kleine diertjes). Ook kijken we naar de impact op Natura 2000-gebieden. Daarnaast worden de effecten op andere gebruiksfuncties in kaart gebracht. Denk aan de gevolgen voor de scheepvaartveiligheid, de helikopterbereikbaarheid van boorplatforms of de impact op de visserij of op archeologische resten zoals scheepswrakken. We nemen alle ruimtelijke aspecten in ogenschouw bij het opstellen van de mer.’
Spagaat tussen ambitie en beschikbare kennis
‘Een van de grote uitdagingen is dat we nog veel moeten leren over de ecologie op zee. Omdat het aantal windparken hard groeit – ook in buurlanden – is het zaak om de cumulatieve effecten mee te nemen, dus om in te schatten wat de effecten zijn van de bestaande en geplande windparken bij elkaar opgeteld. Vooral bij vogels die sterven doordat ze tegen turbines aanvliegen, is dit ingewikkeld. Op land kun je bijvoorbeeld nog kadavers tellen, maar op zee spoelen die weg. Tegelijkertijd worden er strengere eisen gesteld aan de onderbouwing. We zitten soms in een spagaat tussen ambitie en beschikbare kennis. Daarom heeft de overheid in 2016 een breder ecologisch onderzoeksprogramma opgezet: het Windenergie op zee ecologisch programma (Wozep). De resultaten daarvan gebruiken we in de mer-onderzoeken.’
Windenergiegebied Borssele
Intensief samenspel
‘Bij het proces om tot een kavelbesluit te komen, zijn verschillende partijen betrokken. Zo laat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) locatieonderzoek uitvoeren, bijvoorbeeld naar bodemgesteldheid, ecologie, archeologische waarden, waterdiepte en windsnelheden. Het ministerie van KGG besteedt het opstellen van de mer vervolgens uit aan een adviesbureau. Bij Rijkswaterstaat begeleiden we het proces om tot het kavelbesluit te komen inhoudelijk en verwerken we de input van alle betrokken ministeries. Zo stellen we de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) op, waarin staat hoe het mer-onderzoek wordt uitgevoerd. Bij de review van stukken zijn verschillende disciplines betrokken, zoals ecologen, juristen, archeologen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en mijnbouwspecialisten van het ministerie van KGG. Bij al deze werkzaamheden is aandacht voor een passende scheiding tussen de functies van initiatiefnemer en bevoegd gezag. We willen namelijk dat dit goed geregeld is, zoals voorgeschreven in het Omgevingsbesluit (artikel 11.12) en de Europese mer-richtlijn (artikel 9bis).’
‘Daarnaast werken we samen met onze Noordzeebuurlanden. Ook de andere Noordzeelanden hebben immers ambities voor windenergie op zee. En daarbij: de ecologie houdt zich niet aan landsgrenzen. Daarom proberen we de Noordzee zoveel mogelijk als één geheel te bekijken. We informeren onze buurlanden ook over mogelijke grensoverschrijdende effecten. Een intensief samenspel.’
Windenergiegebied Borssele
Van ontwerp tot definitief kavelbesluit
‘Als de mer en alle andere benodigde onderzoeken gereed zijn, stellen we een concept-kavelbesluit op, inclusief toelichting. Dit concept gaat niet alleen naar het ministerie van EZK, maar ook naar de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Zij hebben namelijk instemmingsrecht. Zijn hun reacties positief, dan wordt het concept als ontwerp-kavelbesluit ter inzage gelegd. Iedereen mag hierop reageren, maar in de praktijk dienen vooral stakeholders op de Noordzee een zienswijze in. Soms leidt dit tot een aanpassing van het kavelbesluit of de onderliggende mer. Het definitieve kavelbesluit wordt ter ondertekening voorgelegd aan de betrokken ministeries. Als het kavelbesluit is vastgesteld, is er nog de mogelijkheid om er beroep tegen aan te tekenen. Daarna is het besluit definitief. De RVO schrijft vervolgens een tender uit voor het betreffende windpark op de Noordzee.’
Oog voor de omgeving
‘Sinds 2015 zijn er zeventien kavelbesluiten vastgesteld. De doorlooptijd is gemiddeld twee tot drie jaar. Binnen de huidige “routekaart” zijn we nu nog met negen kavelbesluiten bezig. Tegelijkertijd wil het nieuwe kabinet nog meer windparken bouwen: de ambitie is 40 gigawatt in 2040. Dit vraagt om tempo én zorgvuldigheid. We werken in een complex speelveld met veel belangen en beperkte kennis. Juist daarom is mer zo belangrijk. Die dwingt ons om effecten zorgvuldig in beeld te brengen en afgewogen keuzes te maken. Daarom hebben we als team ook een op maat gemaakte mer-cursus van het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) gevolgd. Die ging onder meer over alternatievenonderzoek, grensoverschrijdende verplichtingen en de rol van mer in besluitvorming. Dit heeft ons geholpen om een gezamenlijke basis te creëren en om bewuster om te gaan met internationale verplichtingen. Want uiteindelijk willen we de energietransitie op zee realiseren met oog voor de omgeving, nationaal én internationaal.’