Bouw kerncentrale Hinkley Point Verenigd Koninkrijk

Op zoek naar een locatie voor nieuwe kerncentrales

Interview

Nieuwe kerncentrales kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het slagen van de energietransitie in Nederland. Maar hoe kom je erachter waar je deze centrales het best kunt bouwen? Projectleiders Tom van Tilborg en Rutger van Beek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat leggen het uit.

Rutger van Beek

Waarom wil de overheid nieuwe kerncentrales bouwen?

Van Beek: ‘De energietransitie naar duurzame bronnen met minder CO2-uitstoot betekent vooral elektrificatie. Van warmtepompen en elektrische auto’s tot grote industrie die nu nog op gas, olie en kolen draait. In totaal is tot wel 4 keer zoveel elektriciteit nodig, terwijl we de kolencentrales juist willen uitfaseren. Zon en wind – op zee en land – kunnen wel een groot deel van de benodigde elektriciteit opwekken. Maar kerncentrales bieden een robuuste aanvulling: die draaien eigenlijk altijd, los van het weer. Vier grote centrales kunnen zo’n 10% van de benodigde opwek verzorgen in 2050. De overheid kiest nu eerst voor twee van zulke grote centrales – en niet voor kleine modulaire reactoren – omdat het een bewezen techniek is. We weten wat ervoor nodig is, hoeveel het oplevert, hoelang het duurt om ze te bouwen enzovoorts.’

Tom van Tilborg

Wat is jullie rol in de zoektocht naar een locatie voor deze twee nieuwe centrales?

Van Tilborg: ‘Ik ben projectleider bij de directie Realisatie Energietransitie van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). De directie Realisatie Energietransitie vervult de bevoegd-gezag-rol voor deze en andere nieuwe energieprojecten. In die rol zijn we samen met het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening verantwoordelijk voor de ruimtelijke inpassing. Hierbij leggen we ook de verbinding met andere ontwikkelingen. Dat is belangrijk omdat ruimte in Nederland schaars is, zowel fysiek als milieutechnisch.’

Van Beek: ‘Tegelijk is EZK voor dit project ook initiatiefnemer. De staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei geeft opdracht om de centrales te bouwen, betaalt, en kiest een bewezen techniek. Ik ben projectleider voor de plan-milieueffectrapportage (mer) en de integrale effectenanalyse (IEA) bij de directie Kernenergie. Deze directie is verantwoordelijk om alle informatie boven tafel te krijgen die nodig is om de beste locatie te kunnen bepalen. Dat willen we zuiver en transparant doen. Om te voorkomen dat de slager het eigen vlees keurt, houden we deze rollen gescheiden; vandaar de verdeling over twee directies.’

Het Sloegebied: EPZ-terrein naast Kerncentrale Borssele

Het Sloegebied: Voormalig Thermphos-terrein in Vlissingen-Oost

Terneuzen: Mosselbanken/Paulinapolder

Maasvlakte II: Alexiahaven westzijde

Eemshaven: Westereemsweg/Emmapolder

Eemshaven: Eemshavencentrale

Eemshaven: Eemscentrale

Hoe hebben jullie bepaald welke locaties jullie willen onderzoeken?

Van Beek: ‘Begin 2024 hebben we ons voornemen gepubliceerd en burgers, bedrijven en overheden de gelegenheid gegeven mee te denken, met als uitgangspunt dat centrales overal kunnen staan. Vervolgens hebben we een onderzoeksplan gemaakt: de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). We konden voortbouwen op de plan-mer voor het derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III) uit 2008, waarin mogelijke locaties voor grote energiecentrales onderzocht zijn. Daarin stonden de Eemshaven in Groningen, de Eerste Maasvlakte bij Rotterdam en het Sloegebied bij Borssele en Vlissingen bovenaan. Vanuit onze eigen bevindingen hebben we daar twee locaties aan toegevoegd, onder meer omdat de omgeving die aandroeg. Dit zijn de later aangelegde Tweede Maasvlakte en het Zeeuws-Vlaamse Terneuzen, waar TenneT een 380kV-hoogspanningsstation wil bouwen. Eerst twijfelden we over de Eemshaven omdat de politiek op alle niveaus heeft aangegeven geen nieuwe energieprojecten in Groningen te willen vanwege de problemen door gaswinning. Maar we zagen geen juridisch houdbare reden om het te diskwalificeren als alternatief. Daarom nemen we het toch mee.’

Welke effecten willen jullie bij deze locaties onderzoeken?

Van Beek: ‘In de basis is een kerncentrale vooral een groot civiel bouwwerk, maar dan met een nucleaire kern. Het bouwtraject is dan ook bepalend voor de impact. Vanaf het moment dat het ontwerp is gekozen (nog weer na de locatiekeuze) tot oplevering duurt dat waarschijnlijk wel 10 tot 12 jaar, met 6 tot 8 jaar voor de eigenlijke bouw van de centrales. Voor milieueffecten kijken we dan ook grotendeels naar gebruikelijke zaken als geluid, bodem, water en ecologie, met bijvoorbeeld een belangrijke rol voor stikstofuitstoot. Bijzonder is de ioniserende straling, maar dit heeft waarschijnlijk weinig effect op de locatiekeuze. In de IEA kijken we naar meer aspecten dan milieu. Techniek en veiligheid bijvoorbeeld: is er voldoende infrastructuur en koelwater aanwezig en hoe groot is het overstromingsrisico?’

Van Tilborg: ‘Denk ook aan toekomstvastheid: welke invloed heeft klimaatverandering en hebben andere partijen plannen rond dezelfde locatie, bijvoorbeeld voor de aanlanding van wind op zee?  Ook de omgeving is belangrijk, bijvoorbeeld sociaal-economische effecten. De komst van veel tijdelijke arbeidsmigranten kan gevolgen hebben voor lokale voorzieningen en woningen. Dat nemen we mee in de analyse.’

Flamanville (Frankrijk)

Hoe ziet de planning voor het vervolgonderzoek eruit?

Van Tilborg: ‘Afgelopen mei is de concept-NRD voor de plan-mer gepubliceerd. Hierop zijn ruim 500 reacties gekomen. Ook de Commissie mer heeft advies gegeven. De commissie benadrukte onder meer dat het belangrijk is om ook andere besluiten te betrekken, bijvoorbeeld over hoogspanningsverbindingen en kernafval. Vervolgens is de NRD aangescherpt en begin februari definitief gepubliceerd. Nu is het tijd voor het daadwerkelijke onderzoek voor de plan-mer en IEA. Daarna nemen wij als bevoegd gezag het stokje over en gaan aan de slag om de verzamelde informatie te wegen en te komen tot een ontwerp-voorkeursbeslissing: de keuze voor één locatie voor twee kerncentrales. Die is gepland na de zomer van 2026. 

Wanneer is deze zoektocht voor jullie een succes?

Van Beek: ‘Uiteindelijk is de keuze voor een locatie een politiek besluit. Deze procedure is bedoeld om ervoor te zorgen dat dit besluit berust op een weloverwogen, transparante afweging van alle relevante informatie, en dat er voldoende draagvlak is in de samenleving.’

Van Tilborg: ‘De nieuwe bewindspersonen moeten deze keuze relatief snel maken. Het is aan ons om te zorgen dat zij daarvoor de benodigde informatie krijgen, met alle mitsen en maren. Het is een succes als het ons lukt om hen op die manier goed te adviseren.’