
Ruimtelijke puzzel: energie-infra langs de (vaar)weg
Uit de praktijk
Voor de energietransitie hebben netbeheerders snel veel ruimte nodig om de benodigde infrastructuur aan te leggen. Ook in de buurt van wegen en vaarwegen. Jan Klein Kranenburg en Jan van Kempen leggen uit hoe Rijkswaterstaat als assetmanager hierover meedenkt én kaders bewaakt. ‘We moeten samenwerken met alle betrokken partijen.’
De energietransitie is van groot maatschappelijk belang en heeft de komende jaren veel prioriteit. In de overgang naar duurzame energiebronnen en elektrificatie lag de nadruk eerst vooral op kansen, zoals het terugbrengen van de CO2-uitstoot. Maar inmiddels spelen risico’s een steeds grotere rol. Met name netcongestie is een belangrijk probleem. Om dat op te lossen moeten netbeheerders de energie-infrastructuur snel uitbreiden en robuuster maken. Hiervoor is veel ruimte nodig en dit vraagt afstemming met grondeigenaren en beheerders in de omgeving. Bijvoorbeeld met Rijkswaterstaat als het gaat om locaties rond hun netwerken: hoofdwegen, hoofdvaarwegen en het hoofdwatersysteem.

Jan van Kempen
Locatie gezocht voor hoogspanningsstation
‘Verschillende van deze ruimtevragen spelen nu al’, vertelt Jan van Kempen, coördinerend adviseur netwerkontwikkeling bij Rijkswaterstaat. ‘Recent zocht TenneT bijvoorbeeld een locatie voor een hoogspanningsstation aan de noordkant van Utrecht. Van de 9 opties waren er al 7 afgevallen, onder meer omdat er sprake was van Unesco Werelderfgoed. Toen ook een plek langs het Amsterdam-Rijnkanaal niet haalbaar bleek, kwamen ze bij ons voor de laatste mogelijkheid: langs de A2. In eerste instantie moesten ook wij afwijzend reageren. Deze locatiekeuze brengt te veel risico mee voor verkeersveiligheid. Bovendien waren er plannen voor waterberging in dit gebied.’

Jan Klein Kranenburg
Spannend: snel beslissen op gevoelig thema
‘Voor ons zijn zulke verzoeken best spannend’, verduidelijkt Jan Klein Kranenburg, coördinerend adviseur energietransitie bij Rijkswaterstaat. ‘Je wilt de energietransitie niet belemmeren met een afwijzing, maar tegelijk wel de Rijkswaterstaat-belangen bewaken. We krijgen natuurlijk wel vaker ruimtevragen van derden, bijvoorbeeld als een groot bedrijf graag een extra afrit op de snelweg wil. Net als bij een milieueffectrapportage wegen we dan met goed ingeregelde processen zorgvuldig de verschillende belangen af. En bepalen vervolgens of we hiermee akkoord gaan. Maar de energietransitie vraagt om snelle beslissingen die ook nog eens politiek gevoelig kunnen liggen. Daarom willen we nieuwe vragen tijdig signaleren, zodat we ons daar beter op kunnen voorbereiden en beter bestuurlijk kunnen afstemmen.’
Batterijen bij windmolens tussen het Hartelkanaal en de A15
Tijdig het gesprek aangaan
In de zoektocht naar locaties voor energie-infrastructuur ligt de verantwoordelijkheid bij de netbeheerders als initiatiefnemers. Zij onderzoeken bijvoorbeeld de milieueffecten; bij hoogspanningsleidingen (220kV en hoger) doorgaans in een mer of mer-beoordeling, bij laagspanningskabels meestal met losse milieuonderzoeken. Ook betrekken zij de omgeving bij de plannen en communiceren hierover. ‘Dat doen ze netjes en de plannen komen snel beschikbaar op een openbare kaart’, zegt Klein Kranenburg. ‘Maar dan zijn ze voor ons nog te globaal om te bepalen of dit past binnen de kaders van onze netwerken. Daarom willen we eerder het gesprek aangaan. Omdat we van TenneT als beheerder van het hoogspanningsnet de meeste impact verwachten, hebben we afgesproken om de top-100 van hun projecten samen door te spreken. Zo kunnen we vooraf meedenken en voorkomen dat we later in de weg zitten.’
Meedenken in mogelijkheden
Meedenken deed Rijkswaterstaat ook voor het Utrechtse hoogspanningsstation. Van Kempen: ‘We hebben de suggestie gedaan om te kijken naar verzorgingsplaatsen als ruimteoptie. Toen vervolgens verzorgingsplaats Haarrijn in beeld kwam als mogelijke alternatieve locatie voor het nieuwe station hebben we gekeken wat mogelijk is. Daaromheen ligt grond die we gereserveerd hebben voor toekomstig gebruik van de snelweg. We hebben kritisch bekeken hoeveel ruimte we daarvoor echt nodig denken te hebben voor voorzieningen als parkeren, e-laden van vrachtwagens en winkeltjes. Daaruit bleek dat er nog ruimte over was. Voor deze resterende grond kan TenneT dan onderzoeken of dit geschikt is als locatie voor het hoogspanningsstation.’
Windmolens en hoogspanningsmasten langs het Schelde-Rijnkanaal
Lokaal afstemmen over kabels en leidingen
Ook lokaal brengt Rijkswaterstaat de plannen van netbeheerders als Enexis, Liander, Stedin en Gasunie in beeld. Van Kempen: ‘We kijken welke projecten onze netwerken raken en gaan daarover de dialoog aan. Niet alleen elektriciteitsstations, maar ook kabels en leidingen voor bijvoorbeeld CO2 en waterstof. Het is druk onder de grond in Nederland, zeker bij hotspots, zoals industrieterreinen. Dat vraagt afstemming met bijvoorbeeld gemeenten, provincies en waterschappen.’ Klein Kranenburg: ‘Er zijn veel betrokken partijen, zowel lokaal als op landelijk niveau. We willen de samenwerking hiertussen verder versterken en integraler werken. Het maatschappelijk belang moet voorop staan.’