
Voorwoord
Ontwikkelingen en speerpunten voor 2026 samengevat
Ons bodem- en bouwstoffenbeleidsveld is volop in beweging. Ook 2026 zit vol uitdagingen die we met ambitie aan gaan. Wij merken dat door steeds schaarsere ruimte, klimaatverandering en klimaatadaptatie, de grote vernieuwings- en vervangingsopgave van de infrastructuur bij Rijkswaterstaat, vraagstukken over PFAS en materialen als staalslakken, AVI-bodemassen, thermisch gereinigde grond en andere secundaire bouwstoffen de vraag naar advies over bodem, grondwater en ondergrond sterk toeneemt.
Onze 3 speerpunten in 2026
Net als vorig jaar zijn er voor 2026 drie speerpunten:
- De EU bodemmonitoringsrichtlijn en Herijking bodemregelgeving
- Iedere schop in de grond klimaatbestendig
- Grip op secundaire grond- en bouwstoffen
De lopende herijking van bodem- en bouwstoffenregelgeving krijgt de hoogste prioriteit. De implementatie van de EU-bodemmonitoringsrichtlijn komt daar met stip bij (speerpunt 1). Met iedere ‘schop in de grond klimaatbestendig’ zetten we ons vol in voor lopende programma’s als het Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie, ‘Water en Bodem Sturend’ en het focuspunt Klimaatadaptatie (speerpunt 2). En we willen meer grip op de huidige uitvoeringsproblemen met secundaire grond- en bouwstoffen. Deze problematiek leidt tot kamervragen en -debatten, persvragen en kent veel media-aandacht. We ondersteunen het herijkingstraject voor het wetgevingskader bij het Ministerie van IenW via verbetering van landelijke normdocumenten en door middel van voorlichting (speerpunt 3).
Naast deze speerpunten gaan vanaf januari 2026 de Basisorganisatie Nationale Kennisinfrastructuur én een vijfjarig Innovatie- en Kennisprogramma PFAS van start. Naast nieuwe ontwikkelingen bouwen we werk af, zoals de uitvoering en het beheer van het Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten dat we overdroegen aan het Ministerie van BZK. Het beheer van de Bodemtoets- en Validatieservice (BoToVa) beeindigen we per juli 2026 en laten we aan de markt.
Met name door de komst van twee bodemafdelingen vorig jaar kunnen we ons verder ontwikkelen en kennis en ervaring tussen onze bodem-professionals nog beter uitwisselen. Ook de interne advisering aan de eigen organisatie Rijkswaterstaat groeit en verbetert. Een voorbeeld is de interne implementatie van de Basisregistratie Ondergrond (BRO), dat één centraal bodeminformatiesysteem vormt.
Samen werken, samen sterker
Drie duidelijke speerpunten, naast nieuwe ontwikkelingen en de reguliere taken die onze professionele adviseurs in 2026 met vertrouwen aanpakken. We voorzien in 2026 veel dynamiek en er is veel werk te verzetten. Daar staan we voor gesteld. Beide bodemafdelingen zijn de afgelopen jaren versterkt met zes nieuwe medewerkers en daar komen er in 2026 nog een of twee bij, terwijl de uitstroom naar verwachting gering zal zijn. RWS is ondertussen in reorganisatie, de consequenties daarvan zijn momenteel nog niet in beeld.
Onze kennis blijven we onverminderd integraal aanbieden via ons accountmanagement en het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) en in nauwe samenwerking met decentrale overheden. Ook met brancheorganisaties van het adviserende en uitvoerende bedrijfsleven hebben we structureel overleg en vindt kennisoverdracht plaats. Samen staan we sterker!
Leeswijzer
Hoe doen we dit? In het eerste hoofdstuk van dit e-magazine zetten we ons werk in 2026 verder uiteen. Vervolgens geeft ieder volgend hoofdstuk een uitgebreidere beschrijving van de verschillende werkvelden en taken. In het laatste hoofdstuk vindt u de programmering met een overzicht van de benodigde capaciteit en middelen.
Veel leesplezier, samen sterker!
Gilbert Boerekamp en Marije van de Meer
Afdelingshoofden Bodem en Ondergrond (LOBO) / Grondwater en Ondergrond (LOGO)