Hoofdstuk 1

Ons werk in 2026

Het bodem- en bouwstoffenwerkveld is volop in beweging en ook 2026 zit vol ambitie. Wij merken dat door steeds schaarser wordende ruimte, klimaatverandering en klimaatadaptatie, de grote vernieuwings- en vervangingsopgave van de infrastructuur bij Rijkswaterstaat, vraagstukken over PFAS en materialen als staalslakken, AVI-bodemassen, thermisch gereinigde grond en overige secundaire bouwstoffen de vraag naar advies over bodem, grondwater en ondergrond sterk toeneemt.

Onze 3 speerpunten in 2026

Net als voorgaande jaren zijn er voor 2026 drie speerpunten benoemd:

- De EU bodemmonitoringsrichtlijn en Herijking bodemregelgeving

- Iedere schop in de grond klimaatbestendig

- Grip op secundaire grond- en bouwstoffen

EU bodemmonitoringsrichtlijn en Herijking bodemregelgeving

Het kader voor de EU-bodemmonitoringsrichtlijn is in oktober 2025 vastgesteld en Nederland heeft 3 jaar om dit wetgevingskader om te zetten naar nationale wet- en regelgeving, waarin wij het Ministerie adviseren en ondersteunen.

De lopende herijking van bodem- en bouwstoffenregelgeving krijgt de hoogste prioriteit. De implementatie van de EU-bodemmonitoringsrichtlijn komt daar met stip bij. Doel van de herijking is een toekomstbestendige bodem- en bouwstoffenregelgeving, waarin bodem en (grond-)water beschermd zijn en waar tevens een goede balans komt tussen beschermen en benutten. Binnen fase 1 van dit traject is gewerkt aan verbeteringen binnen het huidige wetgevingsstelsel. In fase 2 in 2026 wordt gewerkt aan vernieuwing en verbetering van het stelsel zelf.

Iedere schop in de grond klimaatbestendig

Met iedere ‘schop in de grond klimaatbestendig’ zetten we ons vol in voor lopende programma’s zoals het Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie, ‘Water en Bodem Sturend’, het focuspunt Klimaatadaptatie en het programma ‘Bodem, Ondergrond en Grondwater’. We dragen zorg voor de doorwerking in de fysieke leefomgeving. 

Grip op secundaire grond- en bouwstoffen

We willen in 2026 meer grip op de uitvoeringsproblemen van secundaire grond- en bouwstoffen. Deze problematiek leidt tot kamervragen en -debatten, persvragen, veel media-aandacht en leidt tot vele herstelmaatregelen met bijbehorende kosten in de uitvoering. We ondersteunen het herijkingstraject voor het wetgevingskader bij het Ministerie van IenW via verbetering van landelijke normdocumenten en door middel van voorlichting. De afgelopen jaren waren er veel uitvoeringsproblemen met diverse secundaire bouwstoffen, waaronder beaumix en staalslak.

Meer nieuwe ontwikkelingen

Naast de speerpunten zijn er nieuwe ontwikkelingen, een greep:

  • Per januari 2026 starten we de Basisorganisatie Nationale Kennisinfrastructuur.
  • Per januari 2026 starten we met een vijfjarig Innovatie- en Kennisprogramma PFAS in bodem (KIP). Hoofddoel is om innovaties aan te jagen voor het saneren van PFAS verontreinigingen in de bodem en grondwater. Kennisdeling en netwerken voor kennis verspreiden gaan daarbij een belangrijk onderdeel vormen. Dit gaan we samendoen met overheden, kennisinstituten en bedrijfsleven.
  • We adviseren binnen Rijkswaterstaat over veel bodem-, grondwater- en/of bouwstoffenvraagstukken en we blijven adviseren in oude complexe bodemverontreinigingszaken.
  • De website Bodemvizier.nl gaan we integreren in een gemoderniseerde website Bodemrichtlijn.nl.
  • Vanaf 1 juli 2025 is milieukwaliteit een nieuw en verplicht onderdeel in de Basisregistratie Ondergrond (BRO) en we begeleiden de implementatie binnen RWS. Ook organiseren we dat er één centraal bodeminformatiesysteem komt binnen onze eigen organisatie RWS.

Afronden, afbouwen en overdragen

Activiteiten die worden afgerond, afgebouwd en/of die worden overgedragen:

  • De uitvoering en het beheer van het Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten (KOO) is eind 2025 overgedragen aan het Ministerie van BZK.
  • Het beheer van de BodemToets- en Validatieservice (BoToVa) beeindigen we per 1 juli 2026 . Eind 2025 zijn de broncodes van deze service vrijgegeven en deze rol laten we aan de markt.
  • Het aantal vragen over de Omgevingswet neemt –nu twee jaar na invoering– geleidelijk af. Hoewel vragen complexer worden zal iets minder capaciteit nodig zijn op onze helpdesk vakgroep bodem.
  • Alle kostenverhaalzaken Wet bodembescherming zijn afgerond. Er zijn geen actief lopende dossiers meer.

Samen werken, samen sterker

Er is veel werk te verzetten en daar staan we in 2026 voor gesteld. Beide bodemafdelingen zijn de afgelopen jaren versterkt met zes nieuwe medewerkers en daar komen er in 2026 nog een of twee bij, terwijl de uitstroom naar verwachting gering zal zijn. RWS is ondertussen in reorganisatie en ook daar hebben we aandacht voor. Met name door de komst van twee bodemafdelingen vorig jaar, kunnen we ons verder ontwikkelen, kennis en ervaring tussen onze bodem-professionals nog beter uitwisselen. Ook de interne advisering aan de eigen organisatie Rijkswaterstaat groeit en verbetert.

Onze kennis blijven we integraal aanbieden via ons accountmanagement en het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) en in nauwe samenwerking met decentrale overheden. We reageren adequaat op de signalen die binnenkomen via het Informatiepunt Leefomgeving, we voeren gesprekken met de Omgevingsdiensten en onderhouden reguliere contacten met de Werkgroep Bodem en Ondergrond (BOOG) van IPO, de Werkgroep bodem (WEB) van VNG en met diverse (private) brancheorganisaties en de vertegenwoordiging van het adviserende en uitvoerende bedrijfsleven. Voorlichting en kennisoverdracht vindt plaats door middel van presentaties en webinars, voorlichtingsvideo’s en we verkennen het gebruik van artificial intelligence om ons werk efficiënter te maken.

Samen staan we sterker!

In het laatste hoofdstuk van dit e-magazine staat een overzicht van de programmering met de beschikbare capaciteit in fte en middelen.