Droogvallend zeegras

Herstel waterkwaliteit en natuur vraagt volle inzet

Uit de praktijk

De unieke natuur in en rond het water in het Waddengebied staat al decennia onder grote druk door menselijk ingrijpen en gebruik. Europese en nationale programma’s moeten het tij keren, maar dat vraagt om een lange adem, vertelt Jette Bijlholt van Rijkswaterstaat. Ze legt uit hoe gezamenlijke plannen leiden tot effectieve maatregelen.

Jette Bijlholt, Rijkswaterstaat

Uitdagend Waddengebied

‘Het is een grote uitdaging om de juiste omstandigheden voor natuurherstel te creëren in het Waddengebied. De Waddenzee is in de loop der jaren sterk ingesnoerd door steeds opschuivende dijken langs de kust en de aanleg van de Afsluitdijk. Daardoor is er nog slechts een derde van de oorspronkelijke ruimte over voor de waternatuur. Bovendien heeft de Afsluitdijk de stroming veranderd. Daarbij maken visserij en industrie intensief gebruik van het gebied en genieten toeristen volop van de omgeving. Ook zitten er nog slecht afbreekbare stoffen uit het verleden in het water. Dat allemaal samen geeft veel druk op de natuur. Daar komt zeespiegelstijging door klimaatverandering dan nog eens bovenop, waardoor juist meer flexibiliteit in het systeem nodig is.’

Programma’s combineren

Aan het woord is Jette Bijlholt, coördinator Kaderrichtlijn Water (KRW) bij Rijkswaterstaat Noord-Nederland. Zij is aanspreekpunt voor het KRW-programma in de Waddenzee en de Eems-Dollard. Daarbij werkt ze samen in een team Waterkwaliteit. Dit team combineert maatregelen voor drie programma’s, die allemaal samenkomen in het Waddengebied: KRW, de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) en Natura 2000. KRW verbetert zowel chemische als ecologische waterkwaliteit, PAGW richt zich met systeemingrepen specifiek op ecologische waterkwaliteit in grote wateren en Natura 2000 zorgt voor behoud en versterking van de biodiversiteit.

Onderzoek naar een methode voor herstel van ondergedoken zeegras

Veel samenwerken

Binnen de verschillende programma’s werken veel partijen samen. Zo zijn er voor de KRW regelmatig regionale afstemmingsoverleggen. ‘Naast Rijkswaterstaat doen bijvoorbeeld provincies, waterschappen en drinkwaterbedrijven hierin mee’, vertelt Bijlholt. ‘PAGW is gericht op de rijkswateren. Daarvoor hebben we dan ook vooral landelijke afstemming met Staatsbosbeheer en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) als medeopdrachtnemers van de PAGW. Per project wisselt het welke partij de kar trekt. Internationaal overleggen we met Duitsland en Denemarken in de Trilaterale Waddenzeesamenwerking en ook bilateraal.

"Naast Rijkswaterstaat doen bijvoorbeeld provincies, waterschappen en drinkwaterbedrijven mee"

Plannen doorlopend evalueren

De gezamenlijke koers leggen de partijen onder meer vast in beheerplannen. Voor de KRW gebeurt dat vanuit het Nationaal Waterplan elke 6 jaar per stroomgebied. Hierbij vallen Waddenzee en Eems-Dollard binnen de internationale stroomgebieden Rijn en Eems. Om de effecten van de beoogde maatregelen te beoordelen doorlopen deze plannen steeds verplicht een plan-milieueffectrapportage (plan-MER). Bijlholt: ‘De nieuwe stroomgebiedbeheerplannen voor 2028 tot 2033 zitten nu in de voorbereidende fase: de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Het plan is om deze voor de zomer te publiceren. Het Natura 2000-beheerplan voor de Waddenzee doorloopt een vergelijkbare cyclus. Zo blijven we evalueren welke maatregelen het meest geschikt zijn.’

Focus op ecologie

Bijlholt vervolgt: ‘Voor chemische waterkwaliteit hebben we weinig knoppen om aan te draaien. Wel worden alle lozingsvergunningen momenteel bezien en herzien. Maar omdat we aan het eind van het stroomgebied zitten, hebben we geen invloed op de schadelijke stoffen die bij binnenkomst al in het water zitten. Daarover kunnen we alleen in gesprek gaan met de waterbeheerders bovenstrooms. Projecten zijn er dan ook vooral op gericht om de ecologische waterkwaliteit te verbeteren. Met de pilot Buitendijkse slibsedimentatie Eems-Dollard vangen we bijvoorbeeld slib af om het water weer helderder en zuurstofrijker te maken en het slib te gebruiken voor nieuwe leefgebieden. En bij de dijkversterking Lauwersmeer-Vierhuizergat zorgen we voor een zachtere, natuurvriendelijke overgang aan de randen van het wad.’

Monitoring van de aangroei op een kunstmatig aangelegd rif van dood perenbomenhout

Onderwaternatuur herstellen

Zelf is Bijlholt vanuit het team Waterkwaliteit van Rijkswaterstaat betrokken bij het PAGW-project Onderwaternatuur Waddenzee. Hierin staat herstel centraal van de natuur in het deel van de Waddenzee dat altijd onder water staat. Bijvoorbeeld door met dood hout schuilplaatsen te maken voor vissen. Bijlholt werkt als technisch manager aan een deelproject voor onderzoek naar zeegrasherstel. ‘Door de aanleg van de Afsluitdijk en een wierziekte is sinds 1930 vrijwel al het zeegras uit de Waddenzee verdwenen’, legt ze uit. ‘Dat is zonde, want het is ecologisch heel waardevol. Zeegras slaat veel CO2 op, is een belangrijke biobouwer als basis voor een heel ecosysteem, en had vroeger ook nog vele andere toepassingen, van dijkversterking tot matrasvulling. We willen het dus graag weer terug.’

"Door de aanleg van de Afsluitdijk en een wierziekte is sinds 1930 vrijwel al het zeegras uit de Waddenzee verdwenen"

Onderzoek voor wuivende zeegrasvelden

‘Duitsland en Denemarken hebben nog wel zeegrasvelden, maar omdat de stroming in oostelijke richting gaat, komen zaden daarvan niet vanzelf naar Nederland’, vertelt Bijlholt. ‘Daarom zoeken we methodes voor actief herstel. Het KRW-project Zeegrasherstel Waddengebied heeft al methodes ontwikkeld voor droogvallend zeegras op het wad. Dat werkt, maar heeft een beperkt effect. Nu onderzoeken we bij PAGW methodes voor zogeheten ondergedoken zeegras. Dat zijn de bekende wuivende velden met een hoge dichtheid: een onderwateroerwoud. Maar omdat dit zeegras ondergedoken blijft, komt er in de vertroebelde Waddenzee niet genoeg licht bij. De uitdaging is: het systeem zo herstellen dat het zeegras zichzelf kan handhaven. Lastig daarbij is dat het lang duurt voor je effect ziet, zeker met één veld in een zee van 2500 vierkante kilometer. Maar we moeten ergens beginnen.’

Volle inzet blijft nodig

Herstel van waterkwaliteit en natuur blijft hoe dan ook veel inzet en doorzettingsvermogen vragen, weet Bijlholt. ‘De KRW-doelen voor 2027 zijn ambitieus. Maatregelen hebben ook tijd nodig; zeegrasherstel is daar een goed voorbeeld van. Maar er zijn veel acties in gang gezet, ook vanuit het KRW-impulsprogramma. Zo werken we stap voor stap aan herstel van het Waddengebied.  De Natura 2000-doelen liggen nog verder weg, in 2050. Ook daarvoor is nog veel werk te verzetten en we zetten ons er vol voor in om zover mogelijk te komen.’