De mensen rond het spui- en gemaalcomplex

Geert-Jan, Maartje, Geoffrey en Marco

Een heleboel staal en beton, dat is het Spui- en Gemaalcomplex IJmuiden. Wie zijn de mensen die er werken, in de buurt wonen, belang bij hebben? Wij interviewden er 4 voor dit magazine. Over heugelstangen, paling en slapeloze nachten. 

Beeld: © Rijkswaterstaat

Geert-Jan: “Hier beweegt altijd iets”

Geert-Jan Ebbinge woont sinds 1974 op het sluizencomplex in IJmuiden, met uitzicht op het Spui- en Gemaalcomplex IJmuiden.

“Ik ben in 1974 getrouwd én begonnen als onderhoudsmonteur bij de sluizen in IJmuiden. Voor 80 gulden per maand trokken mijn vrouw en ik in een van de dienstwoningen op het sluizencomplex, gebouwd rond 1900, vlak na de opening van het Noordzeekanaal. Mijn drie kinderen zijn hier opgegroeid, ik woon er nog steeds. Het is hier vrij en het uitzicht is geweldig, er beweegt altijd iets. Zet mij niet in een bos, dat vind ik niks.  
 
In het begin moesten we het hebben van de spuisluizen om het water af te voeren naar zee. Er waren nog geen computers, we werkten met grafieken op papier. Veel ging op gevoel en ervaring. Je wist: bij oostenwind kan je goed spuien, bij westenwind staat de zee veel hoger. Al snel kwam het nieuwe gemaal gereed en konden we ook water wegpompen. Spuien als het kan, pompen als het moet. We draaiden diensten van 10 dagen, waarvan 3 voor onderhoud. Dat deed je zorgvuldig, want dan had je minder kans dat je ’s nachts gebeld werd voor storingen. Wij kenden het complex door en door. Ik volgde nog een opleiding voor elektra en werd later hoofd van het complex.

Beeld: © Rijkswaterstaat

Vier van de pompen van toen draaien nu nog. Tegenwoordig hebben ze de mond vol van duurzaamheid, maar dát is pas duurzaam. Ken je de heugelstang? Mooi systeem, gebruikt voor de spuisluizen, maar je moet het wel smeren. Inmiddels is alles hydraulisch. We waren toen het grootste gemaal ter wereld. Er kwam zelfs bezoek uit China. We hebben van alles meegemaakt: de energiecrisis, de millenniumbug, de komst van zonne- en windenergie. IJs, olie, vismigratie: je verzon er wat op.  
 
Ik heb het met plezier gedaan. Elk oudjaar bakten we oliebollen voor de hele club, mooie herinneringen. Elke dag loop ik nog een rondje Noordersluis – voor de gezondheid – en als ik mensen tegenkom, vertel ik ze over de sluizen, de spuien en het gemaal: ‘weet je wel hoe belangrijk dat is?’. Een collega van mij heeft zich laten uitstrooien voor de pompen van het gemaal. Misschien wil ik dat ook wel.” 

Maartje: “Al snel tegen de grenzen aan”

Maartje Faasse is senioradviseur waterbeheer bij Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Ze overlegt elke twee weken met Rijkswaterstaat en andere waterschappen over waterpeil en zoutgehalte – én over de inzet van het Spui- en Gemaalcomplex IJmuiden. 

“Ons gebied staat in open verbinding met het Noordzeekanaal, daar wateren wij op af. Er zitten wel sluizen tussen, maar die staan altijd open voor de scheepvaart. Dan is het dus heel belangrijk dat het goed gaat in IJmuiden. Alles is ontworpen op een bepaald waterpeil, er is weinig speling. Als het in de winter een week 15 mm per dag regent, zitten we meteen tegen de grenzen aan. Mensen beseffen het niet, maar zonder een goed gemaal in IJmuiden kan een deel van West-Nederland beter verhuizen.

Beeld: © Rijkswaterstaat

In de acht jaar dat ik dit werk doe ben ik al meerdere keren uit bed gebeld vanwege een penibele situatie. Een noodgreep is dan de inzet van ons Gemaal Zeeburg, om het waterpeil in het Noordzeekanaal te verlagen. Als in Amsterdam het peil echt te hoog wordt, gebruiken we Gemaal Zeeburg met de sluizen dicht – dan ligt wel al het scheepvaartverkeer tijdelijk stil. En de capaciteit van Gemaal Zeeburg is veel kleiner, ongeveer een zesde van dat in IJmuiden.  
 
Het is kortom voor ons heel belangrijk dat het complex in IJmuiden z’n werk doet. En omdat door zeespiegelstijging straks alleen nog gepompt kan worden – omdat er geen water weg kan via de spuikokers – moet er wat ons betreft snel een nieuw, groter gemaal komen. Want de capaciteit van het gemaal is nu al te klein. Door dag en nacht hard werken is het tot nu toe altijd goed gegaan. Maar tot er een nieuw gemaal is, verwacht ik nog wel een paar slapeloze nachten.” 

Geoffrey: “Elke dag kom ik hiervoor uit Brabant”

Geoffrey Brands is als werktuigbouwkundige sinds 10 jaar projectleider voor groot onderhoud aan het Spui- en Gemaalcomplex IJmuiden. Hij werkt bij Spie, onderdeel van SAEM (een samenwerking met BAM). 
 
“Je ziet misschien een klein betonnen blokje, maar vlak boven en onder waterniveau liggen ruimtes waarin je kunt verdwalen. Daar worden de spuisluizen bediend en pompen in en uit gehesen voor onderhoud. Inmiddels ken ik het spui- en gemaalcomplex als mijn broekzak. Eigenlijk is het niet zo ingewikkeld, maar het watersysteem waarvan het onderdeel uitmaakt is heel geavanceerd. Tot en met Amsterdam speelt elke brug en sluis een rol. Alles wat je in IJmuiden doet, heeft grote impact op die hele keten. 
 
Daarom bestaat een belangrijk deel van mijn werk uit afstemming. Wij kunnen wel denken: het gaat niet regenen, dus dit is een mooi moment om een pomp voor onderhoud uit te zetten. Maar het kan zijn dat juist dan wordt voor-gepompt om het peil omlaag te krijgen voor natte dagen die komen. Dus voeren wij elke maandag overleg met de waterbeheerders om tot een goede planning voor onderhoudswerk te komen.

Beeld: © Rijkswaterstaat

En dat onderhoud is nodig. Tot er een nieuw gemaal is, moet dit complex zijn werk blijven doen. Dat gaat van elektra en energietoevoer tot de hydraulische installaties. Het meeste is hufterproof, maar wel oud – onderdelen zijn echt einde levensduur. Eén van de pompen hebben we er onlangs uit gehesen en naar een bedrijf in IJmuiden vervoerd. Daar wordt ie helemaal uit elkaar gehaald en door specialisten op verschillende locaties opgeknapt. Ook leggen we nu spuikokers droog voor schoonmaak en betere afdichting. 
 
Elke dag rijd ik hier vanuit Brabant naar toe. Dat zou ik niet doen als het saai werk was. Het is een uitdaging om het complex overeind te houden, terwijl het in werking blijft – daar houd ik van. De pompen zijn het mooist. Als je ervoor staat, besef je hoe groot ze zijn. Met 3 pompen vul je een Olympisch zwembad in 16 seconden.”

Marco: “Techniek en ecologie kunnen prima samengaan”

Marco van Wieringen is ecoloog en al 32 jaar adviseur water en natuur bij Rijkswaterstaat. Hij richt zich vooral op de ecologie van het Noordzeekanaal. 
 
“Waar andere ecologen bij Rijkswaterstaat vooral werken rondom wegen, is mijn werkveld de natte natuur, de oevers en de sluiseilanden van het Sluizencomplex IJmuiden. Momenteel doen we samen met waterschappen, provincie Noord-Holland en andere beheerders onderzoek naar de migratie van trekvissen. Het sluizencomplex in IJmuiden is hun toegangspoort naar de binnenwateren. Wij proberen de barrières die ze tegenkomen in beeld te brengen en op te lossen met bijvoorbeeld vispassages. Zo’n groots opgezet onderzoek met meerdere partijen geeft me veel energie. 

De laatste jaren deden we onderzoek naar de gevolgen van het gemaal in IJmuiden voor vis, met name de schieraal. Dat zijn volwassen palingen die de zee op zwemmen in het najaar. We plaatsten een fuik achter een pomp en gaven alen zendertjes mee. Zo konden we eventuele schade meten en berekenen. Conclusie: van de alen die bij vol vermogen het gemaal doorgaan, loopt ongeveer 60% schade op. Gelukkig zwemt de meeste aal veilig via de schutsluizen voor de scheepvaart. Ook de intrek van haring, de driedoornige stekelbaars en de glasaal – jonge palingen die in het voorjaar het kanaal op komen – verloopt via de schutsluizen.

Beeld: © Rijkswaterstaat

Voor veel landgebonden dieren in de duinstreek is het complex wel een lastige barrière. Forteiland en de sluiseilanden vormen hierbij stapstenen om de Buitenhaven te overbruggen. Een meer natuurlijke inrichting van de sluiseilanden is daarom van groot belang. Net als het beperken van LED-verlichting, voor lichtgevoelige vleermuizen en vissen. Technische en ecologische optimalisatie kunnen prima hand in hand gaan. Ik vind het fijn dat collega’s meedenken en ruimte geven aan de natuur in het beheer van ons areaal. 
  
Verder is het belangrijk om het nieuwe gemaal, waarvoor nu een plan wordt gemaakt, te voorzien van visveilige pompen. Tot die tijd helpt ‘visvriendelijk malen’: op lagere snelheid, met meer pompen of over langere tijd. Zo heb je dezelfde waterafvoer met minder schade aan vissen die naar zee willen."

Wil je weten hoe de planstudie naar nieuwbouw van het gemaal verloopt? Kijk regelmatig op de projectpagina en abonneer je op de nieuwsbrief