
Elke schop in de grond moet klimaatbestendig
Water en bodem sturend
Na het voltooien van de Deltawerken in de jaren ‘90 is het wonen, werken en leven in de delta ingrijpend veranderd. “We beseffen dat niet alles in de delta maakbaar en controleerbaar is,” duidt Deltacommissaris Peter Glas de ontwikkelingen. “Willen we op deze plek blijven? Dan moet de natuurlijke gesteldheid van het water- en bodemsysteem leidend worden in alle ontwikkelingen.” Het is voor hem dan ook kraakhelder dat werken aan de Delta nooit af is.
Peter Glas, Deltacommisaris
Basisprincipes voor water en bodem
Niet alleen stelt de bevolkingsgroei grenzen aan wonen, werken en leven. Ook de maakbaarheid van het water- en bodemsysteem, klimaatverandering en weersextremen dwingen wereldwijd tot een aanpak die ondersteund wordt met harde internationale afspraken. In dat licht zet de ministeriële ‘water en bodem sturend‘ brief van 22 november de basisprincipes op een rij voor de inrichting en het omgaan met het water- en bodemsysteem van Nederland. “Het wordt tijd om zowel publiek als privaat de ontwikkelingen onder ogen te zien. Doen we dat nu, dan hebben we nog een goede kans om over 100 jaar niet voor onoplosbare problemen te staan,” verwacht Peter Glas.
Niet meer afwentelen
De brief van de minister bevestigt de aanpak binnen het deltaprogramma. Het werken vanuit van leidende principes is volgens Peter Glas nodig om ruimtelijke vraagstukken en concurrerende functies op te lossen. “In 2008 was de vraag aan de Tweede Deltacommissie of Nederland bewoonbaar kon blijven. Het antwoord is ja, mits we onze problemen niet meer afwentelen in ruimte en tijd. Solidariteit, flexibiliteit en duurzaamheid zijn onze waarden. Problemen moeten we vóór blijven met een adaptieve aanpak. Dat zijn de centrale begrippen voor de lange termijn.”
Drie wateropgaven voor de lange termijn
De doelen voor 2050 en 2100 zijn vertaald in drie wateropgaven met bijbehorende maatregelen. Deze zijn uitgewerkt in de deltabeslissingen en voorkeurstrategieën voor de drie hoofdthema’s. Deze opgaven zijn waterveiligheid, gericht op het voldoen aan de wettelijke normen voor primaire waterkeringen. Zoetwaterbeschikbaarheid, gericht op weerbaarheid tegen watertekort. En ruimtelijke adaptatie, gericht op een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Binnen het wettelijke Deltafonds is hiervoor, met een looptijd van steeds 14 jaar vooruit, gemiddeld per jaar 1,3 tot 1,5 miljard euro beschikbaar.
Klimaatbestendig vanaf dag 1
Bij elke schop in de grond moet dus klimaatbestendigheid al vanaf dag 1 op tafel komen. Ook in de m.e.r.-praktijk moet dit volgens Peter Glas goed vertaald worden. Zo kan klimaatbestendigheid in de MER-alternatieven tot uitdrukking komen. Zo zal de Commissie m.e.r. ‘water en bodem’ als sturende principes en als criterium moeten hanteren naast natuur en stikstof, emissies en waterkwaliteit. In zijn rol als Deltacommissaris adviseert hij daarom om op alle schaalniveaus ‘water en bodem’ naar letter en geest leidend te maken. “We hebben het dan over groot en klein, oftewel van grote nationale projecten en infrastructuur tot het niveau van woonwijken en bedrijventerreinen. Ook voor provinciale wegen en gemeentelijke investeringen zie ik m.e.r. als een belangrijk borgingsinstrument. Elke schop in de grond moet klimaatbestendig!”
Nationaal programma
Het Deltaprogramma is een programma van rijk en regio samen. Daarom heet het geen rijksprogramma, maar Nationaal Deltaprogramma. De titel voor de editie 2023 is: Versnellen verbinden verbouwen. De uitgangspunten gaan in op de uitvoering van de opgaven. “Het is een programma dat verbonden is met andere transities, zoals het Nationaal Programma Landelijk Gebied, klimaatadaptatie, mitigatie en de woonopgave,” stelt Peter Glas. “Daarom heb ik al in 2021 advies uitgebracht ‘Van woningbouw tot klimaatadaptatie’, om deze beide opgaven met elkaar in verband te brengen.”
Structurerende keuzes
Al met al liggen er met de ‘water en bodem sturend’ brief nu richtinggevende uitspraken met 33 structurerende keuzes. Een aantal ervan gaan over het nu al ruimte reserveren bij o.a. dijken en kust om in de toekomst de primaire waterveiligheid op orde te houden. Ook is het een keuze om niet meer buitendijks in het stromende deel van de rivieren te bouwen en om geen nieuwe eilanden te bouwen in het IJsselmeer of Markermeer. Al zijn daar beperkte uitzonderingen op mogelijk. “We vinden allemaal dat de watervoorraad van het IJsselmeergebied kritisch is, dan moet je dit nu veilig stellen. Het betekent ook dat de toegestane peilfluctuatie van 20 naar 50 cm kan gaan. Het idee er achter is dat nieuwe ontwikkelingen niet meer ten koste mogen gaan van lange termijn waterveiligheid en -beschikbaarheid."
Maatlat groen en klimaatbestendige bouw
Voor het uitwerken van de structurerende keuzes worden ondertussen ook instrumenten voorbereid. Een van de instrumenten die binnenkort al beschikbaar komt is de ‘maatlat groen en klimaatbestendige bouw’. “Vanuit de praktijk is er veel behoefte aan, dat horen wij bijvoorbeeld van Bouwend Nederland en van gemeenten,” legt Peter Glas uit. Ook heeft hij er vanuit zijn rol als Deltacommissaris op aan gedrongen om concrete eisen helder te maken. De maatlat is daarom ook genoemd in de ‘water en bodem sturend’ brief. Diezelfde behoefte vanuit de praktijk is er ook voor een afweegkader voor locatiekeuzes. “Wat zijn de plekken om te bouwen, waarvan je weet dat we daar later geen spijt van krijgen? En welke delen van diepe polders lenen zich voor wateropvang?”
Risico op spijt voorkomen
De gezamenlijke bouwambitie van gemeenten en rijk komt neer op 900.000 woningen. Hiervan zullen naar eerste schatting zeker 820.000 woningen op een plek komen te staan met één of meer kwetsbaarheden voor overstromingen, wateroverlast, verzakkingen of verzilting. Peter Glas adviseert met klem om daar niet te licht over te denken. “Ligt die keuze nog open als je nu nog geen locatiebesluit hebt? Neem dan deze kwetsbaarheden nog mee in de vraag wáár te bouwen.” Ook voor de lopende projecten adviseert hij om stappen te nemen, zodat plannen van nu later niet teruggedraaid hoeven te worden. “Schuif nog wat binnen bouwlocaties, pas de bouwwijze aan en neem waterbergingsruimte mee in de plannen.” Soms hoort hij dat een en ander juridisch niet bindend is. Dat verandert volgens hem als er dwingende regelgeving zoals het bouwbesluit ligt, waarin criteria voor opslag van water concreet worden. “Denk dan bijvoorbeeld aan de opvang van regenwater bij nieuwbouw. Op alle fronten loop je het risico dat je later spijt krijgt van achterhaalde investeringen. Wacht dus niet tot het moet, maar denk vooruit!”
Primaire veiligheid op orde
Voor een klimaatbestendige planning en uitvoering voor de langere termijn adviseert hij om Nederland nog meer als één geheel te beschouwen. “Je zou bijvoorbeeld een plan voor de Randstad kunnen verschuiven naar Oost-Nederland omdat daar de omstandigheden voor water en bodem beter zijn. Je zult mij niet horen zeggen dat bouwen in de diepe polders niet meer mag. Dat blijft mogelijk, maar dan moet de primaire veiligheid wel echt op orde blijven. Waar nodig moet je, met als richtjaar 2050, versterken of verhogen. Of denk aan maatregelen zoals ‘Ruimte voor de rivieren’, die meer waterafvoercapaciteit en waterstandsverlaging opleveren.” De primaire veiligheid is volgens hem een continue opgave. “Maar,” waarschuwt hij, “met de kennis en ervaring van de zomer 2021 moet je wel constateren dat ook als je de primaire veiligheid op orde hebt, het nóg mis kan gaan vanuit het regionale systeem zoals we zagen in Limburg en ons omringende landen.”