Wat hebben Dordrecht, Värmland en het Ringköbingfjord gemeen? Het zijn allemaal locaties, waarvoor een interdisciplinaire groep experts praktische, efficiënte en toekomstbestendige oplossingen in kaart brengt voor problemen als gevolg van klimaatverandering. Rijkswaterstaat leidt dit project en testte onlangs met de gemeente Dordrecht een methodiek om gesprekken vanuit verschillende perspectieven te voeren.

Egon Baldal, ecoloog en projectleider Interreg NSR C5a

Als gevolg van klimaatverandering zal het Noordzeegebied te maken krijgen met meer periodes van overstromingen en droogte. ‘Daarnaast zijn er allerlei andere factoren die samenhangen met de gevolgen van klimaatverandering’, vertelt Egon Baldal, zelf ecoloog en projectleider van het internationale Cluster for Cloud-to-Coast Climate Change Adaptation project (C5a). ‘Denk aan bevolkingsgroei, verouderde infrastructuur, economische groei, verzakking en sociale behoeften. Omdat al deze factoren met elkaar samenhangen, hebben we te maken met een complex en onvoorspelbaar vraagstuk. De enige manier om een passend antwoord te vinden, is door het vraagstuk vanuit verschillende perspectieven te benaderen en zowel waterveiligheid als het milieu en economische ontwikkeling mee te nemen.

Sterke punten, blinde vlekken

‘De enige manier om een passend antwoord te vinden op de gevolgen van klimaatverandering is door het vraagstuk vanuit verschillende perspectieven te benaderen’

Baldal werkt in het C5a-project met verschillende overheden en organisaties in de Noordzeeregio samen. ‘We doen dit in het zogenoemde Interreg North Sea Region-verband, omdat de Noordzee niet ophoudt bij de landsgrenzen en omdat ieder land zijn sterke punten maar ook blinde vlekken heeft. Wij Nederlanders zijn bijvoorbeeld van oudsher sterk in waterbeheersing, maar kunnen nog heel wat leren van de Zweden als het gaat om het betrekken van stakeholders. Daarom doen er veel verschillende organisaties mee, variërend van overheden tot kennisinstituten.

Bewezen en praktisch

Het is de bedoeling om samen tot een cloud-to-coast (C2C)-aanpak te komen. Baldal: ‘Hierbij kijken we naar de samenhang tussen stroomgebieden, kust, steden en infrastructuur en willen we multifunctionele oplossingen ontwikkelen. De aanpak moet bewezen en praktisch zijn, zodat we er snel mee aan de slag kunnen in ons areaal. Daarom testen we op 7 verschillende locaties rondom de Noordzee en kijken we naar de gevolgen van klimaatverandering op zowel grote als kleine schaal. Bij het testen variëren we ook in tijd, omdat de behoeftes die we nu waarnemen, in de toekomst misschien anders zijn. De Deense Ringköbingfjord is een voorbeeld hiervan. Wonen, werken, natuur, rivier en kust komen hier samen en de behoeften van nu – zoals goede zalm en een gesloten zoetwatersysteem met een kleine zoutgradiënt – zijn niet per se de behoeften van later.

Testcase

De gemeente Dordrecht was de eerste locatie om input te verzamelen voor de C2C-aanpak. Daarvoor ging Baldal samen met Rijkswaterstaat-collega Myrthe Leijstra aan de slag voor een project van de gemeente. ‘In dit project is sprake van Rijkswaterstaat-areaal. Daarnaast heeft Dordrecht alles in zich voor een goede C2C-testcase’, aldus Baldal. ‘In deze stad komt alles samen: de getijdeninvloed, afstroom van de rivieren, een buitendijkse historische binnenstad én de wens om 10.000 nieuwe woningen te bouwen binnen de bestaande bebouwing. Hier ligt dus een grote opgave voor de gemeente als het gaat om natuur, waterveiligheid, stedenbouwkunde en mobiliteit plus infrastructuur.

Eiland De Staart in Dordrecht

Droge voeten houden in Dordrecht

Wat nu nog deels in beslag wordt genomen door industrie en woningbouw, zou straks zomaar kunnen uitgroeien tot een reddingsboei voor Dordrecht bij hoogwater. Het Dordtse eiland De Staart ligt buitendijks en steekt met 3 tot 5 m boven NAP een flink eind boven de rivier Het Wantij uit. Het stadsdeel speelt een voorname rol in de planvorming van de gemeente Dordrecht om met waterveiligheid om te gaan, vertelt Ellen Kelder, opgavemanager Groenblauw. ‘We werken vanuit een meerlaagse veiligheidsbenadering: we kijken niet alleen naar de dijken voor waterveiligheid, maar nemen ook ruimtelijke ordening en crisismanagement mee in onze aanpak.’ Kelder licht dit laatste verder toe. ‘In Nederland krijgen we als gevolg van klimaatverandering met steeds extremere weersomstandigheden te maken. Mocht er ooit vanaf zee een zeer zware storm komen – zeg maar een Nederlandse Katrina – dan hebben de inwoners van Dordrecht slechts 2 dagen de tijd om te evacueren naar hoger gelegen gebied. Dit is niet genoeg tijd voor de meeste mensen om van het eiland dat Dordrecht is, af te komen en daarom moet ze een veilig heenkomen kunnen vinden. De Staart biedt evacuatiemogelijkheden en blijft droog in tijden van hoogwater. Dordrecht heeft verder een grote woningbouwambitie van 10.000 woningen in het bestaande stedelijke gebied. Voor de Staart kijken we hoe waterveiligheid de hefboom kan zijn voor een duurzame gebiedsontwikkeling, waar naast de nieuwe woningen ook de Staart ontwikkeld wordt als grootschalige schuillocatie voor de stad. De uitkomsten van de workshops zijn voor ons waardevol als input voor het masterplan dat we voor het hele gebied gaan ontwikkelen. Hoe zorgen we voor de grootschalige schuillocatie, maar sluiten we bijvoorbeeld ook mooi aan op de Biesbosch, hoe zorgen we voor goede nieuwe mobiliteit en hoe kunnen we wonen en werken hier goed combineren?

Verschillende perspectieven

Partners C5a-project

De partners van het C5a-project zijn:

  • Danish Coastal Authority (Denemarken)
  • Flanders Environment Agency (België)
  • Länsstyrelsen Värmland (Zweden)
  • NLWKN (Denemarken)
  • Sayers and Partners (Verenigd Koninkrijk)
  • Provincie Drenthe (Nederland)
  • Universiteit van Twente (Nederland)
  • Kent County Council (Verenigd Koninkrijk)
  • Central Denmark Region (Denemarken)

C2a wordt voor 50% gesubsidieerd uit het Europees Regionaal Ontwikkelingsfonds van de EU.

Samen met collega Leijstra organiseerde Baldal 2 workshops waarin verschillende stakeholders – naast de gemeente en Rijkswaterstaat onder meer ProRail, Staatsbosbeheer, het Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden en adviesbureau HKV – zich bogen over 4 plannen voor Dordrecht tot 2030 en 2050. Dit gebeurde op basis van ontwerpen van Bureau West 8 in het kader van de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam (IABR). Per plan is natuur, waterveiligheid, stedenbouwkunde of mobiliteit het perspectief. ‘Ieder perspectief had een eigen tafel en door de tafels na verloop van tijd te laten rouleren gingen we de perspectieven met elkaar mengen. Daardoor ontstond er een soort blauwdruk voor de korte termijn’, vertelt Baldal. ‘In de tweede workshop was er dezelfde sectorale opzet, maar dan met de eerste resultaten in de hand kijkend naar het langetermijnperspectief zoals dit ook in het Nationale Deltaprogramma beschreven staat. We keken naar mogelijke scenario’s, van alle wateren afsluiten tot alle wateren vrij laten in- en uitstromen. Besluiten over nieuwe systemen worden pas na 2050 genomen, maar het vraagstuk is zo complex en moeilijk voorspelbaar, dat de urgentie voor planvorming hoog is. We realiseren nu oplossingen, maar krijgen in de toekomst wel met nieuwe situaties te maken. Daarom is het noodzakelijk om zogeheten geen-spijt maatregelen te ontwikkelen, gegeven de verschillende mogelijke scenario's.

Adaptief pad

‘Door de bundeling van alle kennis over de gebieds-problematiek hebben we een zogeheten adaptief, multidisciplinair pad kunnen inrichten’

De 2 workshops leidden tot een bundeling van alle kennis over de gebiedsproblematiek. ‘Daardoor hebben we een zogeheten adaptief, multidisciplinair pad kunnen inrichten waarin we alle facetten – grote schaal, kleine schaal, temporele variatie en de 4 perspectieven natuur, waterveiligheid, stedenbouwkunde en mobiliteit – hebben kunnen meenemen’, aldus Baldal. ‘In Dordrecht is het bijvoorbeeld mogelijk dat we De Staart – een verhoogd buitendijks eiland – gaan bebouwen en hiermee mogelijkheden creëren voor hoogwaterschuillocaties voor de rest van de stad. Dit betekent dat er goed openbaar vervoer moet komen en eventueel verhoogde fietspaden. Ook kun je denken aan de mogelijkheid om van de huizen de onderverdieping bij hoog water onder te laten lopen en dat al mee te nemen in het ontwerp. Zo schetsen we een mogelijk scenario dat later bijgesteld kan worden.

Deltaplannen

Dordrecht zet de uitkomsten uit de workshops in voor haar planvorming voor 2050. Ook het Nationaal Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden is blij met de nieuwe inzichten, merkt Baldal op. ‘Ze zien wat de weerslag is van toekomstige onzekerheid op besluit- en planvorming op lokaal niveau. Dat zullen ze zeker meenemen in hun deltaplannen voor deze regio.’ Ook de IABR, die dit jaar klimaatverandering als thema heeft, zal de case van de gemeente Dordrecht onder de aandacht brengen.

Cheshire cat

De volgende locatie van C2C? ‘Dat is het Zweedse Värmland’, laat Baldal weten. ‘We zullen zien tot welke mogelijke uitkomsten we hier komen, want Värmland is geen Dordrecht. Dat is ook precies de bedoeling: met C2C willen we geen pasklare aanpak of routekaart bieden, maar een soort Cheshire cat van Alice in Wonderland: een mogelijkheid om alles wat er speelt, nu en in de toekomst, goed mee te nemen waardoor je het beste scenario steeds goed in beeld hebt.