Hoe kunnen we ontwerpen op basis van Life Cycle Costs (LCC) en Levens Cyclus Analyse (LCA) in aanbestedingen uniformer uitvragen, zodat marktpartijen tot homogene, duurzamere ontwerpen – cradle-to-grave – komen? Met die vraag gingen Rijkswaterstaat en ingenieursbureaus samen aan de slag, met als casus de vervanging van sluisdeuren in de Zuid-Willemsvaart. 4 bureaus gebruikten elk een ander materiaal voor hun ontwerp: staal, hout, composiet en een combinatie van composiet en staal.

Maurice de Graaf, adviseur waterbouw bij Rijkswaterstaat
Gerard Krooshoop, adviseur waterbouw bij Movares

De komende 20 jaar vervangt Rijkswaterstaat een derde van al zijn sluizen. Standaardisatie van onder meer deuren, bewegingswerken en besturing en bediening moet dit gemakkelijker maken, zo vertelt Maurice de Graaf, adviseur waterbouw bij Rijkswaterstaat. ‘Door te standaardiseren willen we de vervangingsopgave zo efficiënt en duurzaam mogelijk aanpakken. Concreet betekent dit dat we binnen het programma MultiWaterWerk (MWW) een standaard basisontwerp van een waterkunstwerk ontwikkelen, dat we op meerdere locaties in Nederland kunnen inzetten.’

‘Door te standaardiseren willen we de vervangingsopgave zo efficiënt en duurzaam mogelijk aanpakken’

Kennishiaten

Probleem is dat er nog hiaten zitten in de benodigde kennis. Een voorbeeld is de materiaalkeuze van sluisdeuren: kiezen we voor hout, voor staal of bijvoorbeeld voor composiet? ‘Tot nu toe vragen we de markt om het ontwerp van de deur na gunning te optimaliseren’, vertelt De Graaf. ‘Dit betekent dat de aannemer door middel van een analyse van de Life Cycle Costs (LCC) moet aantonen dat zijn materiaalkeuze inderdaad het beste past bij onze wensen. De markt blijkt deze analyse niet altijd even eenduidig uit te voeren en wij kunnen deze vervolgens moeilijk beoordelen.’ Daar komt bij dat Rijkswaterstaat in 2030 volledig klimaatneutraal en circulair wil werken. ‘Daarom willen we meer zicht krijgen op de duurzaamheidsprestatie van de verschillende materialen op basis van de LevenCyclusAnalyse (LCA). We kopen duurzaamheid al jaren in aan de hand van de milieukostenindicator (MKI), maar de tijd was rijp om met de markt na te gaan wat er beter kan in het uitvragen van duurzaamheid.’

Superleuke uitvraag

Reden genoeg voor Rijkswaterstaat om hier in een concrete casus – de deuren van sluis 5 in de Zuid-Willemsvaart – samen met de markt dieper op in te gaan. Daarvoor werden 4 marktpartijen gecontracteerd. Een van die partijen was Movares. Adviseur waterbouw Gerard Krooshoop vertelt dat hij direct enthousiast was over de opdracht. ‘Vanuit mijn functie vind ik de standaardisatie van sluizen en alles wat daarbij komt kijken zeer interessant. Daarnaast zet Movares stappen om duurzamer en meer circulair te werken. In deze opdracht kwamen beide werelden samen. Bovendien is het zeer interessant om samen met je opdrachtgever en collega-bureaus kennis te ontwikkelen en zo verder te komen in het belang van de branche. En dat ook nog eens betaald. Een superleuke uitvraag.’

Heldere afspraken maken

‘Het is fijn en zinvol om dit soort zaken tijdig te bespreken, zodat je er heldere afspraken over kunt maken’

De Graaf vertelt dat de 4 bureaus elk een ander materiaal gebruikten voor hun ontwerp van de deur: staal, hout, composiet en een combinatie van composiet en staal. ‘Op basis van een standaard uitvraag zijn ze aan de slag gegaan met hun eigen ontwerp inclusief optimalisatie van LCC en LCA over een levensduur van 100 jaar. Om het proces te structureren en de neuzen dezelfde kant op te krijgen, hebben we 3 bijeenkomsten met alle de 4 bureaus samen georganiseerd. Zo wilden we de uitgangspunten goed met elkaar afstemmen. Dit was al een leerproces op zich. Zo bleek in onze standaard uitvraag namelijk best wel wat interpretatieruimte te zitten. We hadden bijvoorbeeld niet aangegeven of er een reservedeur voor calamiteiten ontworpen moest worden. Als je sluisdeuren gaat standaardiseren is dat misschien ook wel helemaal niet nodig. Maar dat moet je wel in je uitvraag vastleggen; je wilt in je beoordeling immers wel appels met appels vergelijken.’ Krooshoop vult aan: ‘Het is fijn en zinvol om dit soort zaken tijdig te bespreken, zodat je er heldere afspraken over kunt maken. Resultaat is dat je allemaal volgens gelijke uitgangspunten werkt. En zo moet het ook, als je het mij vraagt.’

Interessante exercitie

Ook het bepalen van de LCC en LCA was een interessante exercitie. Krooshoop vertelt over de afwegingen die Movares maakte bij het ontwerp van ‘hun’ stalen deur. ‘Een stalen deur is relatief efficiënt en qua ontwerp niet erg ingewikkeld. Kijk je naar het onderhoud gedurende de gehele levensduur, dan is er meer aan de hand. Een traditionele stalen deur heeft bijvoorbeeld veel onderdelen, hoekjes en vlakken en dus heb je ook veel schilderwerk. Daarom hebben we gekeken naar een deur met zo min mogelijk onderdelen en hoekjes: gunstig in verfoppervlak en onderhoud, maar wel iets duurder qua bouw. Ook hebben we de mogelijkheden van een roestvrijstalen deur in kaart gebracht. Een dure en meer milieubelastende keuze, maar wel heel onderhoudsarm. Voor deze opdracht met een levensduur van 100 jaar viel deze deur af. Maar bij een langere levensduur – 200 jaar – maakt deze deur weer meer kans. Allemaal zaken die we bij de meeste uitvragen van Rijkswaterstaat niet meenemen, omdat het daarbij vaak gaat om ontwerp en productie van een deur met hooguit 30 jaar onderhoud.’

‘We wilden in kaart brengen of er nog steeds interpretatie-ruimte was’

Verkeerde gronden

De Graaf vertelt dat de LCC- en LCA-bepalingen van de marktpartijen in dit project zijn nagerekend door een onafhankelijk LCC-bureau en een onafhankelijk LCA-bureau. ‘Zo wilden we in kaart brengen of er – ook nadat we samen de uitgangspunten hadden doorgenomen en afgestemd – nog steeds interpretatieruimte was.’ Uit deze nacalculatie bleek dat er toch behoorlijke verschillen zaten tussen de aanpak en berekeningen van de marktpartijen en die van de onafhankelijke experts. ‘Dit kan tot gevolg hebben dat een partij op verkeerde gronden een aanbesteding zou kunnen winnen’, licht De Graaf toe. ‘We hebben deze conclusies met elkaar in alle openheid besproken. De bureaus gaven aan dat ze zich konden vinden in de conclusies van de doorrekening. Daar was ik blij mee, want hierdoor konden we er een goed gesprek over voeren.’

Open vizier

Wat nemen Rijkswaterstaat en Movares mee uit dit project? ‘We moeten in onze standaard uitvragen nóg duidelijker zijn in wat we willen op het gebied van LCC en LCA’, aldus De Graaf. ‘En ook tijdens de realisatie bespreken of wat er wordt aangeboden in overeenstemming is met de uitvraag. Zo voorkomen we dat inschrijvers gaan gissen en er een eigen draai aan gaan geven.’ Krooshoop vult aan: ‘Dit project onderstreept eens temeer het belang om aan de voorkant van een project zo veel mogelijk duidelijkheid te bieden, liefst in samenspraak met de markt. Dat doen we al vaker dan vroeger; wij hebben in tenders regelmatig sessies met de opdrachtgever. Maar het gebeurt bijna nooit dat er ook andere marktpartijen bij zijn, terwijl ik dat in dit project zeer nuttig vond.’ De Graaf kijkt met plezier terug: ‘Ik vind de openheid waarmee we kennis hebben uitgewisseld en ervaringen hebben gedeeld heel bijzonder.’ Krooshoop sluit af: ‘We zaten gelijkwaardig aan tafel, met open vizier en met oog voor elkaars belangen. Dat mag wat mij betreft altijd zo gaan.’