
Kennis brengen én halen over de grenzen heen
Samenwerking
Kennis stopt niet bij de grens, net zomin als water dat doet. Door ervaringen en oplossingen rond watermanagement internationaal te delen, ontstaan nieuwe inzichten waar Rijkswaterstaat én de markt de vruchten van plukken. Marc Walraven en Harold van Waveren van Rijkswaterstaat en Arno Willems van ingenieursbureau Iv delen hun ervaringen met internationaal werken. ‘Kennis brengen en halen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.’
Internationaal samenwerken is niet nieuw: sinds het ontstaan van Rijkswaterstaat is het verweven in de werkprocessen. Wat in de loop der jaren wél is veranderd, is hoe die samenwerking vorm krijgt. Waar eerst vooral overheden internationaal samenwerkten, spelen nu ook marktpartijen, kennisinstituten en universiteiten een steeds grotere rol. Gedeelde vragen staan hierbij centraal: hoe houden we complexe assets veilig en beschikbaar, en hoe leren we van elkaar?

Marc Walraven, senior adviseur stormvloedkeringen Rijkswaterstaat
Waardevolle wisselwerking
Neem onze stormvloedkeringen. Rijkswaterstaat en de markt hebben veel kennis en ervaring op het gebied van deze unieke waterwerken. ‘Regelmatig ontvangen we delegaties uit de hele wereld die komen kijken naar onze aanpak en onze objecten’, vertelt Marc Walraven, senior adviseur stormvloedkeringen bij Rijkswaterstaat. ‘Wat ons onderscheidt, is dat wij als een van de weinige landen ter wereld al vijftig tot zestig jaar ervaring hebben met het beheer, onderhoud en de operationele inzet van stormvloedkeringen. Die praktijkervaring is wereldwijd zeer gewild.’

Arno Willems, directeur assetmanagement ingenieursbureau Iv
Tegelijkertijd zijn veel van onze stormvloedkeringen decennia geleden ontworpen en gerealiseerd. ‘We ontwerpen in Nederland niet dagelijks nieuwe keringen, terwijl dit in andere landen nu wel volop gebeurt’, vertelt Arno Willems, directeur assetmanagement bij ingenieursbureau Iv. ‘Daar wordt veel nagedacht over ontwerpen met oog voor klimaatverandering, adaptieve strategieën en nieuwe technieken. Door daarbij betrokken te zijn, vullen we onze eigen kennis aan.’

Harold van Waveren, topadviseur waterveiligheid Rijkswaterstaat
Ook Harold van Waveren, topadviseur waterveiligheid bij Rijkswaterstaat, ziet de bredere meerwaarde voor Rijkswaterstaat en marktpartijen. ‘In samenwerking met buitenlandse partijen doe je ervaringen op die je in Nederland niet altijd kunt opbouwen’, zegt hij. Grote overstromingen komen hier bijvoorbeeld relatief weinig voor, terwijl landen als Engeland en de Verenigde Staten daar de afgelopen decennia vaker mee te maken hadden. ‘Daar leer je veel van: hoe is een dijk doorgebroken en wat is het onderliggende faalmechanisme?’
Malamocco-effect
Zo ontstaat een waardevolle wisselwerking: Nederlandse praktijkervaring voedt ontwerpen en onderhoudsaanpakken in het buitenland, terwijl inzichten uit die projecten terugvloeien naar (toekomstige) opgaven in Nederland. Als concreet voorbeeld noemt Willems het zogeheten Malamocco-effect: een specifieke golfbelasting die twintig jaar geleden in het ontwerp van de Malamocco-sluis in Venetië niet was voorzien, maar in 2015 wel tot schade aan de sluisdeur leidde. ‘Die inzichten hebben we meegenomen naar Nederland en toegepast in het ontwerp van de sluisdeuren en bewegingswerken van de Zeesluis IJmuiden,’ legt Willems uit. ‘En dat is precies de waarde van internationaal werken: nieuwe kennis die je direct kunt vertalen naar projecten hier.’
De Maeslantkering in de Nieuwe Waterweg bij Hoek van Holland
Unieke objecten, zeldzame onderdelen
Het onderhoud van stormvloedkeringen laat zien waarom internationaal samenwerken noodzakelijk is. Walraven: ‘Nederland telt zes stormvloedkeringen en geen daarvan is hetzelfde. Het zijn unieke, maatwerkobjecten met onderdelen die soms maar één of twee keer ter wereld zijn toegepast.’ Daardoor is er nauwelijks marktwerking: er zijn geen standaardonderdelen, geen grote leveranciers en geen partijen die dit soort systemen op routinebasis beheren. 'De verantwoordelijkheid ligt daarmee bij Rijkswaterstaat: wij moeten ervoor zorgen dat er voldoende kennis in huis is. Ervaringen delen met beheerders en experts in andere landen die met vergelijkbare, zeldzame objecten en dilemma’s werken, vergroot onze kennisbasis aanzienlijk.’
De samenwerking werkt soms verrassend concreet door in de dagelijkse praktijk, zoals bij de Maeslantkering, het deltawerk in de Nieuwe Waterweg bij Hoek van Holland. Walraven: ‘De aannemer die verantwoordelijk was voor het onderhoud gaf aan dat een onderdeel niet meer te bestellen was in Nederland en dat onderzocht moest worden hoe dit te vervangen.’ Eén telefoontje naar een Engelse collega bij de Thames Barrier, met serienummer en omschrijving, en het bleek daar gewoon op de plank te liggen. ‘Dat bespaarde veel geld én voorkwam een tijdrovend en onzeker vervangingstraject.’
"In samenwerking met buitenlandse partijen doe je ervaringen op die je in Nederland niet altijd kunt opbouwen"
Anders kijken naar risico’s
Ook waterbeheer is per definitie internationaal, vertelt Van Waveren. ‘Nederland ligt aan het eind van grote internationale stroomgebieden. Hoogwater, laagwater en waterkwaliteit; het hangt allemaal direct samen met wat er stroomopwaarts gebeurt.’ Naast de letterlijke verbondenheid via het water, werkt Rijkswaterstaat ook samen met landen op basis van gedeelde inhoudelijke vraagstukken. Zo werkt Van Waveren onder meer samen met de U.S. Army Corps of Engineers uit de Verenigde Staten, vergelijkbaar met Rijkswaterstaat in Nederland. Deze samenwerking richt zich op risicomanagement, onder andere op de manier waarop dijken worden beoordeeld.
‘Bij Rijkswaterstaat werken we al lange tijd sterk modelgedreven’, vertelt Van Waveren. ‘Voor dijken gebruikten we complexe computermodellen voor uiteenlopende faalmechanismen. De Amerikanen begonnen juist bij de praktijk. Experts werden letterlijk samen op de dijk en daarna in een ruimte gezet met vragen als: hoe ziet deze dijk eruit, hoe kan hij falen en hoe kan hij níet falen?’ Die aanpak is meegenomen naar Nederland en werd ‘Beoordelen, American style’ genoemd. Inmiddels is de aanpak opgenomen in het ‘Draaiboek Beoordeling primaire waterkeringen Overstromingskansen, periode 2023-2035’. Van Waveren: ‘Door eerst met experts te bepalen hoe een dijk eruitziet en welke faalmechanismen relevant zijn, hoeven minder scenario’s te worden doorgerekend. Dat maakt de beoordeling eenvoudiger en beter uitlegbaar.’
Netwerk vergroten
Internationaal werken is niet alleen een manier om kennis op te halen, maar ook om je netwerk te vergroten, vertelt Willems. Volgens hem draagt internationaal werken ook bij aan aantrekkelijk werkgeverschap, omdat medewerkers de kans krijgen om internationale ervaring op te doen. ‘We kijken daarbij wel heel bewust naar waar we wel en niet op ingaan. We toetsen altijd of we echt iets toevoegen; anders reizen we niet af naar het buitenland.’ Zo werken Iv en Rijkswaterstaat op dit moment samen met Venetiaanse collega’s die een stormvloedkering hebben gerealiseerd. Willems: ‘Onderdeel van de samenwerking is een review van de door de Italianen ontwikkelde faalkansbenadering. Het doel is om te komen tot een risicogestuurde aanpak voor beheer en onderhoud.’
'Onze stormvloedkeringen zijn unieke maatwerkobjecten met onderdelen die soms maar één of twee keer ter wereld zijn toegepast'
I-STORM: alles op tafel
Een belangrijk platform voor internationale samenwerking rondom stormvloedkeringen is I-STORM: een netwerk dat inmiddels twintig jaar bestaat. Walraven richtte het met een Engelse collega van de Thames Barrier op, nadat ze in 2005 tijdens een werkbezoek in Londen aan de praat raakten en ontdekten hoeveel gedeelde uitdagingen ze hadden. ‘Cybersecurity, omgaan met aannemers, kennisborging, maar ook hoe je binnen je eigen organisatie begrip krijgt voor de complexiteit van dit soort assets. Toen zeiden we: we gaan samenwerken.’
Wat begon als laagdrempelige kennisdeling groeide uit tot een internationaal netwerk. Daarin zijn overheden vertegenwoordigd, maar ook bedrijven, kennisinstituten en universiteiten van over de hele wereld. Leden zijn onder meer Environment Agency (Engeland), US Army Corps of Engineers (VS), Venice Water Authority (Italië), TU Delft en Deltares. Walraven: ‘Organisaties kunnen lid worden als ze beschikken over kennis en ervaring rondom stormvloedkeringen en bereid zijn deze kosteloos en op informele wijze te delen.’
Binnen het netwerk bestaan communities rond disciplines als civiele techniek, werktuigbouwkunde en waterstandsvoorspellingen. ‘We brengen specialisten bij elkaar, organiseren webinars en delen kennis en ervaring op basis van concrete vraagstukken’, zegt Walraven. Ook Willems is namens Iv lid van het netwerk. ‘In deze setting werken we allemaal als gelijkwaardige partners,’ zegt hij. ‘Dilemma’s, uitdagingen en kwetsbaarheden liggen open op tafel en dat brengt de kennisdeling goed op gang.’
"Dilemma’s, uitdagingen en kwetsbaarheden liggen open op tafel en dat brengt de kennisdeling goed op gang"
Speelt politiek een rol?
Internationaal samenwerken roept de vraag op of geopolitieke ontwikkelingen van invloed zijn. Volgens de geïnterviewden is dat in de praktijk zeer beperkt. ‘Onze samenwerking is vooral inhoudelijk en professioneel van aard’, zegt Van Waveren. ‘Landen en organisaties werken binnen duidelijke kaders, houden rekening met elkaars regels en afspraken, en volgen gezamenlijk vastgestelde werkwijzen en standaarden.’ Waar Europese regelgeving, ontwikkelingen of kaders wél een rol spelen, kan Rijkswaterstaat terugvallen op Bureau Brussel. Dit bureau (onderdeel van Rijkswaterstaat) ondersteunt bij vragen over Europese regels, beleid en onderzoeks- en subsidieprogramma’s en helpt om internationale samenwerking goed te laten aansluiten op de Europese context.
Niet vrijblijvend
Voor Walraven, Van Waveren en Willems is het helder: internationaal samenwerken is geen vrijblijvende activiteit, maar kansrijk en noodzakelijk. Walraven: ‘Voor de stormvloedkeringen is het simpelweg nodig om ze goed te laten functioneren.’ Ook Willems ziet de meerwaarde, juist in de spiegel die internationale samenwerking de eigen praktijk voorhoudt. ‘Door te zien hoe anderen zaken aanpakken, ga je zelf ook beter nadenken over je eigen manier van werken’, zegt hij. ‘Dat maakt je bewuster van wat je doet en wat beter kan.’ Van Waveren benadrukt tot slot het bredere effect: ‘Internationaal samenwerken helpt om kennis op peil te houden, risico’s beter te begrijpen en voorbereid te zijn op de toekomstige opgaven in Nederland.’