‘Het stoffige imago van deze sector klopt niet’

Samenwerking

Elk half jaar starten zo’n twintig hbo- en wo-studenten aan hun afstudeerstage in het kader van het onderzoeksprogramma Samenwerken in de Bouw. Dit in 2025 gestarte initiatief van Rijkswaterstaat, ProRail, Rijksvastgoedbedrijf en GasUnie streeft naar optimale samenwerking tijdens bouw- en infraprojecten, om zo de immense instandhoudingsopgave aan te kunnen. ‘De up-to-date kennis en frisse blik van deze jonge mensen werkt heel inspirerend.’

Saco de la Parra, afdelingsmanager ProRail

De komende jaren staat de bouw- en infrasector voor een enorme opgave. ‘Om die het hoofd te kunnen bieden, moeten we nog beter met elkaar samenwerken én jong talent aan ons zien te binden’, legt Saco de la Parra uit. Hij is afdelingsmanager bij ProRail en een van de initiatiefnemers van het onderzoeksprogramma Samenwerken in de Bouw. Dit programma startte begin 2025 met stageplekken voor hbo- en wo-studenten die willen afstuderen op de grote vraagstukken rondom samenwerken in de bouwsector.

Marieke Schepers, strategisch adviseur Rijkswaterstaat

Veel interesse

Voor een deel gaat het om studenten voor wie de sector niet meteen de logische maatschappelijke vervolgstap is. Marieke Schepers, strategisch adviseur bij Rijkswaterstaat en een andere initiatiefnemer: ‘Het idee was dat Rijkswaterstaat, ProRail en het Rijksvastgoedbedrijf elk half jaar aan in totaal achttien studenten – zes per organisatie – een afstudeerplek zouden bieden. Tenminste, als er voldoende interesse zou zijn.’ Die was er zeker: voor de eerste tranche vielen 88 sollicitatiebrieven op de mat. Doordat de GasUnie zich vervolgens ook aansloot, lopen er nu elk half jaar zo’n twintig studenten stage. ‘Voor de nabije toekomst hopen we dat marktpartijen zoals ingenieursbureaus ook met ons mee gaan doen’, zegt Schepers. ‘Zodat we de samenwerking in onze sector vanuit alle invalshoeken onder de loep kunnen nemen en verbeteren.’

Aylien Katamova, student Ruimtelijke ordening en planologie, Hogeschool Rotterdam

Ambitieuze studenten

Na afsluiting van hun stage melden Aylien Katamova (Ruimtelijke ordening en planologie, Hogeschool Rotterdam), Lienemijn Thys (master Communicatie en Organisatie, Universiteit Utrecht) en Anass Zeriouhi (HR Management, Haagse Hogeschool) zich bij Rijkswaterstaat in Utrecht. Thys en Katamova zijn studenten van de tweede lichting, Zeriouhi deed een stage van tien maanden en is nog van de eerste lichting. Tijdens de zogenoemde Estafettedag geven zij het stokje spreekwoordelijk door aan lichting nummer drie. In een losse sfeer wordt veel gelachen, maar ook serieus genetwerkt. ‘We zijn allemaal ambitieuze studenten die ons beste beentje voor willen zetten’, trapt Katamova af. Zij ontwikkelde een afwegingskader waarmee het Rijksvastgoedbedrijf op onderbouwde en transparante wijze de meest passende verkoopprocedure kan bepalen voor gebiedsontwikkeling. ‘Niet alleen de prijs is nu bepalend, maar bijvoorbeeld ook de kwaliteit en maatschappelijke beleidsdoelen.’

Lienemijn Thys, student master Communicatie en Organisatie, Universiteit Utrecht

Groeien

De drie stagiairs vonden het een uitdaging om aan het onderzoeksprogramma deel te nemen. ‘Voor een student Communicatie en Organisatie ligt de keuze voor de bouw- en infrasector niet per se voor de hand’, zegt Thys. ‘Dat maakt het interessant en spannend.’ Maar het kan het ook lastiger maken om een onderzoeksvraag te formuleren waar ook de onderwijsinstelling en student mee uit de voeten kunnen. ‘Daar moeten we vanzelfsprekend nog in groeien’, erkent De la Parra. Thys heeft uiteindelijk onderzocht of en hoe de communicatie tussen ProRail en gemeenten bij infraprojecten kan verbeteren. Ze sprak daarvoor met verschillende teams bij ProRail en hun counterparts bij gemeenten. ‘Een vaste structuur ontbreekt, projectteams bepalen zelf hoe en wanneer zij de gemeente bij projecten betrekken’, zo steekt Thys van wal. ‘Deze ad hoc aanpak wordt ingewikkeld zodra een project maatschappelijk of bestuurlijk gevoelig komt te liggen. Gemeenten zijn zeker welwillend om bij te dragen, maar alleen als ProRail hen hier actief voor uitnodigt. Daarom zouden projectteams vanaf dag één het initiatief moeten nemen en technische plannen moeten vertalen naar maatschappelijke kansen. Zodat de gemeente een bondgenoot wordt in plaats van een stakeholder.’ Thys was aangenaam verrast dat ze altijd kon aankloppen bij ProRail-collega’s. ‘Ik had verwacht dat iedereen druk zou zijn met eigen projecten, maar er was oprechte aandacht voor én medewerking aan mijn onderzoek.’

Reflecteren op samenwerking

Dat ondervond ook Zeriouhi tijdens zijn stage bij Rijkswaterstaat. ‘Ik werd serieus genomen, dat was heel fijn. Complimenten waren altijd gemeend en als mijn collega’s bepaalde onderdelen minder goed vonden, kreeg ik dat ook te horen.’ Terwijl zijn studie HR zich normaliter op interne zaken richt, kreeg Zeriouhi de opdracht om de samenwerking tussen Rijkswaterstaat en zijn partners onder de loep te nemen. Hierbij richtte hij zich op diverse marktpartijen, waaronder de vaak aan projecten meewerkende aannemers BAM en Heijmans. Zijn onderzoek leverde zelfs een tool op, de Reflectiebox. Deelnemers geven op briefjes antwoord op vragen over de samenwerking en stoppen die in de Reflectiebox. Vervolgens pakt iedereen telkens een ander – nooit zijn of haar eigen – briefje eruit en probeert het antwoord te ontleden. Vervolgens gaat iedereen hierover met elkaar in discussie. ‘Vaak worden discussies direct in de kiem gesmoord, omdat iemand meteen vertelt wat hij of zij ermee bedoelt’, legt Zeriouhi uit. ‘Met de Reflectiebox kun je veel uitgebreider op de samenwerking ingaan en kom je ook tot diepere inzichten.’ De Reflectiebox is in 3D geprint en inmiddels bij verschillende projecten in gebruik. Het onderzoeksprogramma heeft deze methode zelf inmiddels eveneens omarmd. Ook het afwegingskader van Katamova en de communicatie-adviezen van Thys zijn niet in een la beland.

"Er was oprechte aandacht voor én medewerking aan mijn onderzoek"

Ondersteunen

Halverwege de Estafettedag ondertekenen GasUnie, ProRail, het Rijksvastgoedbedrijf en Rijkswaterstaat een samenwerkingsovereenkomst om het onderzoeksprogramma tot en met 2028 te blijven ondersteunen. ‘We voelen en merken dat het programma breed wordt gewaardeerd, ook in de managementlagen’, stelt De la Parra. ‘Het is al heel bijzonder dat we dit onderzoeksprogramma hebben op mogen zetten zonder dat daar een overeenkomst aan ten grondslag lag, maar het is heel waardevol om het initiatief met deze overeenkomst formeel te bevestigen.’ Het onderzoeksprogramma draagt in eerste instantie bij aan de immense instandhoudingsopgave die de komende decennia op de Nederlandse infrastructuur afkomt. ‘Daarbij is goed samenwerken cruciaal’, weet Schepers. ‘Ik merk dat collega’s mij steeds beter weten te vinden met interessante onderzoeksvragen over samenwerken, waar ze zelf niet aan toekomen.’

Netwerk

Het onderzoeksprogramma moet daarnaast helpen de huidige en toekomstige personeelstekorten in de bouw- en infrasector terug te dringen. Veel van de stagiairs hadden deze richting niet op hun radar, tot ze dit programma onder ogen kregen. ‘De sector had voor mij een wat stoffig imago’, geeft Zeriouhi toe. ‘Daar kom ik absoluut op terug. Rijkswaterstaat is een boeiende, vlotte organisatie.’ Katamova en Thys vallen hem bij: ‘Werken in zo’n enorme organisatie is buitengewoon leerzaam. Het gaat om serieuze vraagstukken die voor heel Nederland belangrijk zijn.’ Daarnaast is het een unieke kans om bij een groot concern of organisatie in de keuken te kijken, en een netwerk op te bouwen waar je later in je carrière veel aan kunt hebben. Schepers: ‘Vanzelfsprekend laten we onze stagiairs daarbij niet zwemmen. We zorgen voor veel contactmomenten onderling, zodat ze ervaringen kunnen delen en steun bij elkaar kunnen vinden. Andersom zorgen de up-to-date kennis en de frisse blik van deze stagiairs voor veel inspiratie binnen onze organisaties.’

Energietransitie

Werpt het onderzoeksprogramma qua carrièrerichting ook zijn vruchten af? Katamova’s studie anticipeert al op een baan in de bouwsector, voor Thys en Zeriouhi geldt dat niet. ‘Ik zou dolgraag bij Rijkswaterstaat willen gaan werken’, roept Zeriouhi enthousiast. ‘Ze mogen me absoluut bellen.’ Ook Thys ziet de bouw- en infrasector wel zitten. ‘Graag zou ik dan iets binnen de energietransitie willen gaan doen; daar liggen veel uitdagingen.’