
Hoe een Living Lab de opschaling van laadpleinen versnelt
Innovatie
Elektrisch vrachtvervoer groeit hard. Hoe zorgen we ervoor dat er voldoende laadinfrastructuur is en blijft om die groei te faciliteren? Om daar antwoord op te krijgen, volgden Rijkswaterstaat en partners binnen het Living Lab Heavy Duty Laadpleinen twee jaar lang zes pionierende laadpleinen. Welke inzichten leverde dat op? We vroegen het aan Rob de Groot van Rijkswaterstaat en Niels Nobel van Milence.

Rob de Groot, programmamanager duurzame mobiliteit Rijkswaterstaat en projectleider Living Lab
Binnen het Living Lab Heavy Duty Laadpleinen onderzoeken Rijkswaterstaat, marktpartijen en onderzoeksorganisaties hoe laadpleinen in de dagelijkse praktijk functioneren en wat nodig is om verder op te schalen. ‘Er was al best veel onderzoek gedaan naar laadinfrastructuur, maar dat was vooral theoretisch’, vertelt Rob de Groot, programmamanager duurzame mobiliteit bij Rijkswaterstaat en projectleider van het Living Lab. ‘Met dit project wilden we juist praktijkkennis opdoen. Door data te verzamelen, te testen, te ontwikkelen en te leren van elkaar en de laadpleinen.’
Van pionieren naar opschalen
De zes laadpleinen die aan het project deelnemen, behoren tot de eerste in Nederland. Inmiddels zijn er meer dan honderd locaties in ons land waar je met een vrachtwagen van 40 ton kunt laden. Die snelle ontwikkeling is precies waarom praktijkkennis zo belangrijk is. De pioniersfase maakt plaats voor opschaling. ‘Juist in die fase is het belangrijk om te weten wat in de praktijk wel en niet werkt’, zegt De Groot.
Voorafgaand aan het project brachten Rijkswaterstaat en marktpartijen samen in kaart welke kennis van laadpleinen nog ontbrak. Er bleek vooral behoefte aan meer kennis over techniek, ruimtelijke inrichting, het energiesysteem, de businesscase en het logistieke proces. Vervolgens werd bepaald welke data nodig waren om die kennis verder te ontwikkelen en de vragen te beantwoorden.
"Die gelijkwaardige samenwerking is bijzonder in een markt waarin de deelnemende bedrijven inmiddels ook elkaars concurrenten zijn"
Delen en vermenigvuldigen
Rijkswaterstaat koos heel bewust voor samenwerken met de markt, benadrukt De Groot. De kennisvragen werden gezamenlijk opgesteld en ervaringen en data zijn met elkaar gedeeld. ‘We hebben de marktpartijen ook niet gecontracteerd, maar juist een samenwerkingsovereenkomst met ze gesloten.’ Die gelijkwaardige samenwerking is bijzonder in een markt waarin de deelnemende bedrijven inmiddels ook elkaars concurrenten zijn. Toch is juist het delen van kennis volgens De Groot belangrijk: ‘Als je kunt delen, kun je ook vermenigvuldigen.’

Niels Nobel, Milence
Ook Niels Nobel van Milence, dat met het laadplein in Venlo deelneemt aan het project, ziet de meerwaarde daarvan. Rijkswaterstaat en marktpartijen hebben volgens hem hetzelfde doel, maar wel allemaal hun eigen rol. ‘Met het Living Lab kunnen we praktische knelpunten gezamenlijk oppakken én grotere vraagstukken samen verkennen. Ook kunnen we zo gevoel houden bij de hele markt en wat er allemaal speelt, juist nu de ontwikkelingen zo hard gaan.’
Laadpleinen intensief gevolgd
Inmiddels worden de deelnemende laadpleinen al twee jaar lang intensief gevolgd. Iedere maand leveren ze grote hoeveelheden data op over onder meer energiegebruik, techniek en het gedrag van de vrachtwagens op de laadpleinen. Onder andere TNO analyseert de data. Wat levert dit op? ‘We hebben inmiddels heel goed zicht op hoe het gebruik van de laadpleinen groeit, en op welke manieren we laadpleinen toekomstgericht kunnen inrichten’, vertelt De Groot.
Zo laat de praktijk zien dat vrachtwagens met de huidige laadtechniek tijdens de verplichte rusttijd voldoende bij kunnen laden om hun rit te vervolgen. De volgende stap is vooral efficiënter laden. Daarom zet Milence in op megawattladen, met laadvermogens van 1.000 kW en meer. ‘Daarmee ontstaan kortere laadsessies en kunnen we meer vrachtwagens bedienen op dezelfde locatie’, legt Nobel uit.
"We hebben inmiddels heel goed zicht op hoe het gebruik van de laadpleinen groeit, en op welke manieren we laadpleinen toekomstgericht kunnen inrichten"
Ook maken de analyses zichtbaar waar in de praktijk knelpunten ontstaan. De Groot: ‘Dat kan heel technisch zijn, zoals een verkeerde instelling in een laadpaal die leidt tot energieverlies doordat het intern koelsysteem in een laadpaal te laat reageert. Maar bijvoorbeeld ook over de ruimtelijke inrichting van het terrein: hoeveel ruimte heeft een vrachtwagen nodig om te manoeuvreren en hoe zorg je voor duidelijke bewegwijzering?’ Bij dat laatste puntje bleek bijvoorbeeld dat de routing niet alleen op het laadplein zelf helder moest zijn, maar al bij de toerit, vertelt De Groot. ‘Duidelijke routing voorkomt ook onnodige manoeuvres, wat weer bijdraagt aan veiligheid.’
Deze kennis is niet alleen relevant voor de deelnemers aan het project. Ook andere exploitanten van laadpleinen, transporteurs, logistieke bedrijven, energiepartijen, netbeheerders en overheden kunnen de inzichten gebruiken bij de verdere ontwikkeling van laadinfrastructuur.

Sfeerbeeld: vrachtwagens op een laadplein
Venlo als proeftuin
Het laadplein in Venlo is een bijzondere locatie voor Milence, vertelt Nobel: ‘Het is het eerste laadplein dat we in Europa hebben geopend.’ Inmiddels heeft Milence een netwerk van tientallen laadlocaties verspreid over Europa. ‘Je kunt vooraf van alles bedenken en voorbereiden, maar pas als je zo'n locatie echt bouwt en gaat gebruiken, ontdek je wat werkt en wat niet’, vertelt Nobel. ‘Die lessen neem je vervolgens mee naar de tweede en derde locatie.’
Zo werd binnen het Living Lab in Venlo onder meer geëxperimenteerd met batterijopslag. Daarmee kan energie worden opgeslagen op momenten dat er weinig vrachtwagens laden, om die weer beschikbaar te maken als de vraag groter is. Ook ontwikkelde Milence binnen het project een reserveringssysteem waarmee transporteurs vooraf een laadplek kunnen boeken. ‘Chauffeurs kunnen via het systeem een tijdslot reserveren, zodat ze bij aankomst direct plek hebben.’ In de praktijk kwamen vervolgens nieuwe vragen naar boven. Wat doen we bij een no-show? Of als iemand te vroeg komt of juist te laat? Op basis van die ervaringen ontwikkelt Milence het systeem nu verder door.
Nobel legt uit dat het Living Lab Heavy Duty Laadpleinen enorm heeft geholpen om deze ontwikkelingen te versnellen. ‘Niet alleen door financiële ondersteuning, maar ook doordat de samenwerking en de afspraken binnen het programma een positieve prikkel vormen om de innovaties door te voeren.’
"Als duidelijk is dat ergens over een paar jaar extra netcapaciteit beschikbaar komt, kunnen wij daar nu al grond kopen of huren"
De grote uitdaging: netcongestie
Hoewel de techniek van elektrische vrachtwagens en laadpleinen zich snel ontwikkelt, ligt er bij de verdere opschaling een flinke uitdaging: netcongestie. Milence probeert daarom zo ver mogelijk vooruit te kijken. Het bedrijf volgt waar en wanneer netbeheerders extra capaciteit bijbouwen en zoekt daar vroegtijdig geschikte locaties bij.
‘Als duidelijk is dat ergens over een paar jaar extra netcapaciteit beschikbaar komt, kunnen wij daar nu al grond kopen of huren en een aansluiting aanvragen’, vertelt Nobel. ‘Wij bouwen altijd langs de belangrijkste transportroutes, maar zijn relatief flexibel in onze locatiekeuze. Als je bijvoorbeeld een bedrijf bent met een enorme vestiging in je thuishaven, dan ben je gebonden. Maar wij kunnen ook 30 of 100 kilometer verderop gaan zitten. Dat biedt mogelijkheden.’
In de tussentijd zoekt Milence ook naar andere manieren om zoveel mogelijk uit de beschikbare capaciteit te halen. Bijvoorbeeld met batterijopslag en door samenwerkingen te zoeken met zonneparken, windparken, batterijparken of logistieke bedrijven die nog ruimte hebben op hun aansluiting. ‘Je moet proactief kunnen én durven zijn.’
Energie beter benutten
Ook De Groot erkent dat netcongestie uitdagend is, maar hij ziet geen reden om elektrificatie en het opschalen van laadpleinen uit te stellen. Laadpleinen bieden volgens hem juist mogelijkheden om slimmer met beschikbare energie om te gaan. ‘Zo kan een vrachtwagen al om 5 uur ’s middags aan de laadpaal staan, terwijl het laden wordt uitgesteld tot een rustiger en goedkoper laadmoment, bijvoorbeeld ’s nachts. En met batterijopslag kan energie worden opgeslagen.’
Die flexibiliteit gaat verder dan het laden van vrachtwagens. Rijkswaterstaat onderzoekt ook welke rol de bredere infrastructuur kan spelen binnen toekomstige energiesystemen. Bijvoorbeeld hoe lokaal opgewekte energie, batterijopslag en laadpleinen kunnen worden gecombineerd met de energievoorziening van bruggen, sluizen en tunnels. ‘Zo kan beschikbare energie slimmer worden verdeeld en wordt het totale energiesysteem en de energievoorziening van onze infrastructuur robuuster’, zegt De Groot.
De lessen uit het Living Lab helpen om beter te begrijpen hoe publieke infrastructuur, energievoorziening en logistiek in de toekomst met elkaar verbonden kunnen worden. Hoe ver dat uiteindelijk kan gaan, is nog toekomstmuziek. Maar voorbeelden als uitgesteld laden en batterijopslag laten nu al zien dat laadpleinen niet alleen extra stroom vragen, maar ook kunnen helpen om beschikbare energie beter te benutten.
"Op 31 december 2026 stoppen we met het ophalen van data, maar de ontwikkeling stopt daar niet"
Nieuwe fase
Het huidige programma Living Lab Heavy Duty Laadpleinen loopt richting de afronding. ‘Op 31 december 2026 stoppen we met het ophalen van data’, vertelt De Groot. ‘En dan hebben we nog zes maanden voor het eindverslag en de afronding van het totale project.’ Maar de ontwikkeling stopt daar niet. De opgedane kennis wordt gebundeld en gedeeld met marktpartijen en overheden, zodat die bij nieuwe laadpleinen niet telkens opnieuw het wiel hoeven uit te vinden. De markt is inmiddels zo sterk veranderd dat ook wordt gekeken naar een nieuwe vorm van samenwerking die past bij de volgende fase van opschaling.
Waar hoopt Nobel over twee jaar te staan met het laadplein in Venlo? ‘Dan ga ik voor meer beschikbaar vermogen, meer laadpunten en megawattladers.’ Daarmee kan Milence de capaciteit van het drukbezochte laadplein verder uitbreiden en de groeiende vraag blijven bedienen.
De Groot kijkt vooral naar de volgende stap: de kennis uit het Living Lab breder toepassen en laadinfra steeds meer onderdeel maken van het energiesysteem. ‘Laadinfrastructuur wordt bij netcongestie nu vaak als deel van het probleem gezien. Ik hoop dat we steeds meer gaan zien hoe het juist ook onderdeel van de oplossing kan zijn.’