
De handen ineen voor veilig werken op de vluchtstrook
Veiligheid
Een vrachtwagen die nét over de kantstreep rijdt. Een automobilist die een rood kruis negeert. Een weggebruiker met zijn aandacht bij zijn telefoon in plaats van bij de weg. Voor wegwerkers kan zo’n moment grote gevolgen hebben. Daarom slaan Rijkswaterstaat, aannemers en brancheorganisaties de handen ineen om het werk op de vluchtstrook structureel veiliger maken. Het uitgangspunt: zo min mogelijk op de vluchtstrook werken en, als het toch nodig is, dat zo veilig mogelijk doen.

Jordy Lagerweij, bouwplaatsmanager en specialist verkeerssystemen Heijmans
Jordy Lagerweij, bouwplaatsmanager en specialist verkeerssystemen bij Heijmans, merkt dat de veiligheidsrisico's van werken op en langs de vluchtstrook de laatste tien jaar zijn toegenomen. ‘Het gedrag van weggebruikers is veranderd. Mensen zijn vaker afgeleid en het verkeer is drukker geworden. Dat maakt het voor ons niet veiliger.’ Hij heeft meegemaakt wat de gevolgen kunnen zijn als het misgaat. Een collega werd tijdens werkzaamheden aangereden door een vrachtwagen en overleed. ‘Dat heeft enorm veel impact. Daar wordt nu, jaren later, nog over gesproken.’

Ellen Buskens, projectleider veilig werken op de vluchtstrook Rijkswaterstaat
Te gevaarlijk
Binnen de veiligheidsorganisatie van Rijkswaterstaat was na verschillende ernstige ongevallen in 2023 ook duidelijk dat er iets moest veranderen. Tegelijkertijd kwamen er vergelijkbare signalen uit de markt. ‘We dachten: dit is te gevaarlijk, hier moeten we iets mee’, vertelt Ellen Buskens, projectleider veilig werken op de vluchtstrook bij Rijkswaterstaat. Binnen dit project onderzoeken Rijkswaterstaat, aannemers en brancheorganisaties samen hoe het werk op de vluchtstrook structureel veiliger kan. ‘Daarbij gaat het niet alleen om extra veiligheidsmaatregelen, maar ook om een andere manier van denken: eerst kijken of het werk op de vluchtstrook überhaupt nodig is, en pas daarna hoe het veilig kan worden uitgevoerd door onder andere procedures te vereenvoudigen, duidelijkere verkeersmaatregelen af te spreken en nieuwe oplossingen te testen.’
"De eerste stap is niet meer: hoe kan het zo veilig mogelijk? Maar: moeten we hier überhaupt wel zijn?"
Beschermen en voorkomen
De belangrijkste verandering is dus de nieuwe benadering, waarin meer wordt ingezet op preventie. Buskens legt het uit. ‘De eerste stap is niet meer: hoe kan het zo veilig mogelijk? Maar: moeten we hier überhaupt wel zijn? We kijken eerst of werkzaamheden kunnen worden voorkomen of verminderd. Moet je een hectometerbordje bijvoorbeeld standaard vier keer per jaar schoonmaken of is het ook goed om dit alleen te doen als het vies is? En is het nodig om zoveel tijdelijke omleidingsborden langs de snelweg te plaatsen als veel weggebruikers hun route via navigatie bepalen? Kunnen we ook een keer minder maaien? Door zulke vragen al in de werkvoorbereiding te stellen, pakken we het risico zoveel mogelijk aan de voorkant aan.’

Peter-Jan Hendriks, directeur Traffic and More
Peter-Jan Hendriks, directeur van Traffic and More en namens Bouwend Nederland betrokken bij het project Veilig werken op de vluchtstrook, vertelt dat ze vanuit de branche stellig waren. ‘Wegwerkers hebben recht op een veilige werkplek en als werkgever moet je die kunnen bieden. Als dat niet kan, dan liever helemaal niet op de vluchtstrook werken.’ Een duidelijk signaal. ‘Ik ben blij dat Rijkswaterstaat dit serieus oppakte samen met ons.’ Bouwend Nederland werd betrokken bij de projectgroep en dacht mee over de nieuwe aanpak. ‘Daar kan ik me goed in vinden. Natuurlijk zijn er soms werkzaamheden die onvermijdelijk zijn, maar het uitgangspunt dat we veel minder op de vluchtstrook gaan werken is wat mij betreft al een grote vooruitgang.’

Minder borden, meer veiligheid
Een van de manieren waarop de nieuwe aanpak al in de praktijk wordt getest, is het verminderen van tijdelijke bebording. In verschillende pilots wordt onderzocht hoeveel omleidingsborden daadwerkelijk nodig zijn. ‘De eerste ervaringen zijn positief’, zegt Buskens. ‘Met minder borden hebben onze aannemers minder blootstellingsuren en we zien geen noemenswaardige hinder voor het verkeer.’ Ook Lagerweij ziet hierin veel potentie: ‘Als we flink minder tijdelijke bebording hoeven te plaatsen, wordt ons werk veel veiliger’, schat hij in. Hendriks heeft er al ervaring mee. ‘Wij hebben onder andere op de A15 borden vervangen door tekstwagens, waardoor we 80 procent minder op de vluchtstrook hoefden te staan. Dit doen we uiteraard in overleg met de wegbeheerder en verkeersmanager. De extra uitgaven proberen we op te vangen met besparingen. Zo houden we het budgetneutraal en hoeft veiliger werken niet duurder te zijn.’
"Als we flink minder tijdelijke bebording hoeven te plaatsen, wordt ons werk veel veiliger"
Eén standaard voor veilig werken
Helemaal van de vluchtstrook verdwijnen kan niet. Er moet nog steeds worden gemaaid, geveegd, geïnspecteerd en gerepareerd. Hoe doe je dit op een veilige en eenduidige manier? Dat was een belangrijk vraagstuk binnen het project, vertelt Buskens. ‘Tot voor kort konden de maatregelen per regio en situatie verschillen. De ene keer bleef bijvoorbeeld de naastgelegen rijstrook open en werd alleen de vluchtstrook beveiligd, terwijl elders voor vergelijkbaar werk wel een rijstrook werd afgesloten. Rijkswaterstaat en marktpartijen hebben daarom samen per type werk bekeken welke verkeersmaatregel passend is en hier afspraken over gemaakt.’ De nieuwe afspraken worden verwerkt in CROW-richtlijn 96a, dé branchebrede standaard voor veilig werken langs de snelweg.

Pim Bos, technisch manager Dura Vermeer
Samen optrekken
Aannemers zijn blij met die duidelijkheid. Tegelijkertijd stellen bouwplaatsmanager Lagerweij van Heijmans en Pim Bos, technisch manager bij Dura Vermeer, dat je niet iedere situatie vooraf kunt vastleggen. En het is ook niet altijd klip en klaar wat de meest veilige oplossing is. Zo kan een rijstrook afsluiten leiden tot file, wat weer nieuwe verkeersveiligheidsrisico’s geeft. Werkzaamheden verplaatsen naar de nacht betekent minder verkeer, maar wel medewerkers met een verstoord bioritme. En zo zijn er diverse dilemma's.
Lagerweij en Bos vinden dat de opdrachtgever en aannemer daarin samen moeten optrekken. Bos: ‘Extra veiligheidsmaatregelen kunnen gevolgen hebben voor de planning, beschikbaarheid van de weg en kosten. Daar zijn goede afspraken voor nodig en binnen een contract moet ruimte zijn om in gesprek te gaan.’ Die ruimte voor overleg wil Rijkswaterstaat bieden, benadrukt Buskens. ‘Veiligheid staat voorop, maar een maatregel kan inderdaad ook weer andere gevolgen hebben. Daarom moedigen we contractteams en aannemers aan om altijd in gesprek te blijven en samen naar een veilige en werkbare oplossing te zoeken.’
Samenwerken betekent ook: zorgen dat iedereen over de juiste informatie beschikt. Rijkswaterstaat heeft inmiddels de breedte van vluchtstroken in Nederland in kaart gebracht en stelt die informatie via een GIS-applicatie beschikbaar aan aannemers. Een uitvoerder kan daardoor vooraf zien hoeveel ruimte er op een specifieke locatie is en welke obstakels er staan. Zo kan al vóór vertrek worden bepaald welke aanpak nodig is.
Het zou mooi zijn als camera's medewerkers in een werkvak kunnen waarschuwen wanneer een voertuig hun kant op komt
Innovatie haalt mensen van de weg
Ook innovatie kan helpen om de blootstelling aan risico’s verder terug te dringen. Binnen het project wordt daarom gekeken welke nieuwe oplossingen in pilots kunnen worden getest. Zo vindt er nu onderzoek plaats naar een smal botskussen: een soort stootbuffer aan de achterzijde van een werkvoertuig die de klap opvangt als een voertuig op het werkvoertuig botst. Door het botskussen smaller te maken, kan het medewerkers beschermen zonder te veel ruimte op de vluchtstrook in te nemen.
En er zijn nog meer ideeën, die uiteenlopen van robotmaaiers tot inspecties met drones en slimme camera’s. Bos voelt wel wat voor camera’s die afwijkend rijgedrag herkennen. ‘Het zou mooi zijn als die medewerkers in een werkvak kunnen waarschuwen wanneer een voertuig hun kant op komt.’ Ook Hendriks ziet kansen. ‘Nu rijden medewerkers nog regelmatig over vluchtstroken om te controleren of er bijvoorbeeld voorwerpen liggen. Je zou ook een camera met AI vanuit een voertuig mee kunnen laten kijken. Dan hoef je niet meer voor iedere inspectie zelf de vluchtstrook op.’

Elkaars belangen leren begrijpen
Misschien zit de grootste winst uiteindelijk niet in één maatregel of innovatie. Buskens, Hendriks, Lagerweij en Bos komen alle vier terug op hetzelfde punt: samenwerking. Want veiliger werken vraagt voortdurend om het afwegen van verschillende belangen. ‘Het is niet zwart-wit’, zegt Hendriks. ‘Je moet als opdrachtgever, wegbeheerder en aannemer samen kijken: hoe kunnen we dit zo veilig mogelijk doen?’ In het begin botsten die verschillende belangen nog weleens. Inmiddels weten de partijen elkaar volgens hem veel beter te vinden. Buskens ziet daarin een belangrijke opbrengst van het project. ‘We blijven nu en in de toekomst samenwerken. Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: dat iedereen die buiten aan het werk gaat, ook weer veilig thuiskomt.’