Budgetproblematiek benadrukt belang van vertrouwen
Samenwerking
Er is structureel te weinig geld om wegen, bruggen, tunnels, sluizen en viaducten te onderhouden en te vernieuwen. Het budget dat Rijkswaterstaat heeft voor de periode 2027-2030 is onvoldoende. Hierdoor kan de programmering vanaf 2027 nog niet worden vastgesteld en zijn moeilijke keuzes voor onze infrastructuur onvermijdelijk. Tegelijkertijd gaan de gecontracteerde werkzaamheden dit jaar door. ‘Juist nu moeten we als sector effectief en in vertrouwen blijven samenwerken.’
Roger Mol, Chief Procurement Officer (CPO) Rijkswaterstaat
De Nederlandse infrasector staat voor een enorme opgave: boven op het reguliere onderhoud zijn vele viaducten, tunnels, bruggen, sluizen en stuwen hard toe aan vernieuwing. ‘We hebben hiervoor een programmering gemaakt en die ook als dealflow gedeeld met de markt zodat zij hierop konden inspelen’, vertelt Roger Mol, Chief Procurement Officer (CPO) van Rijkswaterstaat. ‘We hebben aangetoond dat hiervoor de komende jaren extra geld nodig is. Er komen wel meer middelen beschikbaar na 2030, maar we hebben het ook nu nodig. En hoewel we nog steeds een vergelijkbaar budget hebben als in 2024, is de geplande programmering hiermee niet haalbaar. Daarom moeten we nieuwe plannen maken; niet voor wat nodig is, maar binnen de budgettaire kaders die we hebben.’
Remco Hoeboer, directeur Mobilis
Samen open bespreken
In de Taskforce Infra (TFI) werken Rijkswaterstaat, brancheorganisaties en marktpartijen nauw samen aan onderhoud en vernieuwing. ‘We bespreken de situatie en nemen de betrokken partijen mee in hoe het verder gaat’, verduidelijkt Mol. ‘Daar zijn we blij mee’, reageert Mobilis-directeur Remco Hoeboer. Hij is samen met Mol voorzitter van de TFI en het eerste aanspreekpunt vanuit de markt. ‘Het is belangrijk dat we hier in ieder geval samen in verder werken. Wij verspreiden de boodschap vervolgens ook weer open onder onze achterban.’
Bereikbaarheid Nederland verder onder druk
Die boodschap komt hard aan. Hoeboer: ‘Feitelijk klopt het dat er geen extra budget is, maar voor ons voelt dit als een forse bezuiniging. De afgelopen jaren hebben we vanuit de TFI samen hard gewerkt om de productie te verhogen en efficiënter te werken. Dat is ook gelukt; we waren er klaar voor om de benodigde versnelling in te zetten. Maar die komt nu niet. Dat is voor iedereen erg. Voor Rijkswaterstaat, voor de samenwerkende marktpartijen, maar vooral voor de bereikbaarheid van Nederland. Die komt nog verder onder druk te staan en dat is weer slecht voor de economie. Bovendien maakt uitstel de problemen alleen maar groter. Het is net als bij een huis: als je de kozijnen niet op tijd verft, gaan ze rotten en wordt herstel moeilijker en duurder.’
"We moeten ervoor waken dat budgettekorten niet leiden tot angst en daarmee tot wantrouwen en bijvoorbeeld extra controledruk"
Effectief samenwerken in vertrouwen blijft nodig
Mol beaamt dat. ‘Dit benadrukt hoe belangrijk het is om juist nu slim en effectief te blijven samenwerken. Daarmee gaat het ons niet lukken om al het benodigde werk uit te voeren. Maar het is wel noodzakelijk om in ieder geval het minimale te kunnen blijven doen.’ Hoeboer: ‘De gerealiseerde productieverhoging is mede gebaseerd op verbeterde samenwerking, nieuwe contractvormen, slimmer werken, innovaties en onderling vertrouwen. Daardoor kun je bijvoorbeeld sneller besluiten nemen, efficiënter werken en zijn minder controles nodig op werk, planning en budget. We moeten ervoor waken dat budgettekorten niet leiden tot angst en daarmee tot wantrouwen en bijvoorbeeld extra controledruk. Laten we de tijd zo goed mogelijk benutten, zorgen dat we gesteld staan op het moment dat er meer duidelijkheid en hopelijk meer geld komt, en ondertussen doorgaan met de beschikbare middelen.’
Sfeerbeeld: de A1 bij Muiden
Verdeling budget is politieke beslissing
De verdeling van die beschikbare middelen is in eerste instantie een politieke beslissing. Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) werken op dit moment samen een afwegingskader uit om mee te kunnen bepalen wat in de programmering de meeste prioriteit heeft. Mol: ‘Signalen uit de markt nemen we hierin mee. Op 23 juni bespreken de bewindspersonen van IenW het kader in een commissiedebat met de Tweede Kamer.’ Hoeboer: ‘Wij bespreken de situatie in de brancheverenigingen, delen informatie met de marktpartijen en geven onze visie door via de beschikbare contacten en kanalen.’
Moeilijke keuzes zijn onvermijdelijk
Na vaststelling van het afwegingskader heeft Rijkswaterstaat tot november de tijd nodig om hiermee een aangepaste programmering te maken voor 2027 en verder. ‘Het is nu echt nog niet te zeggen waar keuzes het meest pijn gaan doen’, verduidelijkt Mol. ‘We moeten van geval tot geval zoeken naar de best mogelijke oplossing voor de korte en lange termijn. Maar we kunnen het geld simpelweg maar één keer uitgeven en moeilijke keuzes zijn hiermee onvermijdelijk. Het kan bijvoorbeeld best dat we het asfalt ergens niet kunnen repareren en dan moeten beslissen om bijvoorbeeld een gebruiksbeperking in te stellen, zoals het afsluiten van een rijbaan.’
"We kunnen het geld simpelweg maar één keer uitgeven en moeilijke keuzes zijn hiermee onvermijdelijk"
Lopende contracten gaan zoveel mogelijk door
Tot de nieuwe programmering rond is, gaat het werk binnen de lopende contracten zoveel mogelijk door. Mol: ‘Binnen raamovereenkomsten voor onderhoud dragen we werk op in nadere overeenkomsten (NOK’s). Geplande NOK’s gaan wellicht niet of minder door. NOK’s die al in uitvoering zijn, ronden we in principe wel af. Maar ook daarvoor geldt dat we bij onderdelen die om wat voor reden dan ook duurder uitvallen dan begroot, eerst moeten kijken of het nog past.’
Rijkswaterstaat blijft interessante opdrachtgever
Voor de markt is dit een lastig scenario. ‘Wij zijn gebaat bij continuïteit en zekerheid’, benadrukt Hoeboer. Toch blijft hij optimistisch. ‘Je kunt er nu als aannemer bijvoorbeeld voor kiezen om voor de energiesector of Defensie te gaan werken; daar is genoeg te doen. Maar we hebben als sector ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid om met het beschikbare belastinggeld zoveel mogelijk bij te dragen aan de maatschappelijke opgave. Daarbij blijft Rijkswaterstaat een interessante opdrachtgever met fantastische, complexe assets. Juist de vernieuwingsopgave is technisch uitdagend: elk object is anders en je werkt altijd met de winkel open. Dat vraagt vakmanschap. In de TFI willen we hier samen aan blijven werken, in onderling vertrouwen dat het geld er uiteindelijk komt.’