Kokerbrug

Van maatwerk naar bouwstenen: samen werken aan wat wél kan

Innovatie

Rijkswaterstaat beheert zo’n vijfduizend bruggen en viaducten. Een groot deel daarvan werd gebouwd in de jaren ’60 en ’70 en bereikt komende tijd een leeftijd waarop renovatie of vervanging nodig is. ‘We zouden ongeveer één brug per week moeten vernieuwen’, zegt Joost van de Beek, programmadirecteur bruggenportfolio bij Rijkswaterstaat. ‘Dat redden we niet met onze traditionele aanpak.’

Joost van de Beek, programmadirecteur bruggenportfolio Rijkswaterstaat. Fotograaf: Jeroen van Kooten

Rijkswaterstaat staat voor meerdere uitdagingen tegelijk. Naast de enorme vernieuwingsopgave zijn er beperkte budgetten en is capaciteit schaars. ‘Jarenlang werd per object gekeken naar de beste oplossing voor vervanging en renovatie, maar maatwerk is niet meer houdbaar’, vertelt Van de Beek. Om de opgave betaalbaar, uitvoerbaar en beheersbaar te houden, kijkt Rijkswaterstaat samen met de markt vooral naar manieren waarop het wél kan. Een van die manieren is standaardisering. ‘Willen we deze opgave voor elkaar krijgen, dan moeten we vergaand standaardiseren.’

Legodoos

Die manier van werken sluit aan bij de portfolioaanpak van Rijkswaterstaat. In plaats van voor ieder object afzonderlijk een oplossing te ontwikkelen, wordt gekeken welke objecten vergelijkbaar zijn en welke onderdelen en werkwijzen kunnen worden hergebruikt. Standaardisering speelt daarin een belangrijke rol. Van de Beek vergelijkt het met een legodoos. ‘Je hebt straks standaard pijlers, standaard liggers en andere bouwstenen waarmee je een groot deel van de bruggen kunt samenstellen.’ Op deze manier kunnen ontwerpen sneller worden gemaakt, uitvoerende partijen weten beter waar ze aan toe zijn en het vraagt minder engineeringswerk. Ook zijn onderdelen makkelijker te hergebruiken en daarmee duurzamer, en wordt het onderhoud eenvoudiger. Van de Beek: ‘Nu heeft iedere brug zijn eigen “onderhoudsboekje”. Hoe verder je standaardiseert, hoe makkelijker onderhoud wordt en hoe efficiënter we het kunnen uitvoeren.’

Joost van ’t Veld, engineeringsmanager Romein Beton. Fotograaf: Hans Hebbink

Gestandaardiseerde kokerliggers

Hoe ziet zo’n bouwsteen er in de praktijk uit? Een mooi voorbeeld is de ontwikkeling van een gestandaardiseerde kokerligger voor bruggen. Rijkswaterstaat werkt hiervoor samen met onder meer Romein Beton. Voor het ontstaan van deze innovatie moeten we terug naar 2020. Joost van ’t Veld, engineeringsmanager bij Romein Beton, was betrokken bij de ontwikkeling van de NTA 8085: een set afspraken en ontwerprichtlijnen voor industrieel, flexibel en demontabel (IFD) bouwen. Samen met Rijkswaterstaat, ingenieursbureaus, leveranciers en andere partijen onderzocht Van ’t Veld hoe vaste bruggen en viaducten meer gestandaardiseerd, flexibel en herbruikbaar kunnen worden ontworpen. Naar verwachting wordt deze eind zomer 2026 gepubliceerd.

Later werd binnen de Richtlijn Ontwerp Kunstwerken (ROK 2.0) van Rijkswaterstaat ruimte geboden voor een nieuwe vorm van voorspanning, waarmee betonnen onderdelen met elkaar worden verbonden. ‘Dat maakte een groot verschil voor ons’, vertelt Van ‘t Veld. ‘De verbinding tussen de kokerliggers in bruggen en viaducten was tot dan toe ontworpen als een permanente constructie. Met de nieuwe ROK konden we nu ook naar losmaakbare kokerliggers gaan kijken.

Vanuit deze ontwikkelingen ontstond het idee voor een demontabel en remontabel brugdek opgebouwd uit standaard kokerliggers.

"Het was een kijkje in elkaars keuken, waarbij je misschien informatie prijsgeeft die je normaal niet snel zou delen met een concurrent"

Concurrent én samenwerkingspartner

Verschillende werksessies, georganiseerd door Rijkswaterstaat, volgden. Naarmate de plannen concreter werden, ontstond de behoefte om de ideeën uit te werken en te toetsen. Van ’t Veld: ‘Toen hebben we als toeleveranciers gezegd: die engineeringskosten om zoiets te ontwikkelen zijn best wel hoog. Zouden we niet een opdracht kunnen krijgen van Rijkswaterstaat om een fictief dek, een volledig ontwerptraject, uit te werken om te ervaren waar we in engineering tegenaan lopen?’ Rijkswaterstaat gaf Romein Beton en Haitsma Beton vervolgens de opdracht om een brugdek en kokerliggers te ontwerpen en door te rekenen. Zo konden de ontwerpkeuzes, technische uitgangspunten en productiemethoden in de praktijk worden getoetst en doorontwikkeld waar nodig.

Sfeerbeeld: betonnen brug

Een bijzonder aspect van het traject is de samenwerking tussen Romein Beton en Haitsma Beton. Normaal gesproken concurrenten, nu samenwerkingspartners. Van ’t Veld: ‘Het was een kijkje in elkaars keuken, waarbij je misschien informatie prijsgeeft die je normaal niet snel zou delen met een concurrent. Maar het bleek vooral ontzettend leerzaam; samen weet je veel meer.’ In deze gezamenlijke ontwikkelfase werden afspraken gemaakt over afmetingen, aansluitingen en verbindingen. Zo ontstond een gezamenlijke standaard waarop beide producenten hun eigen ontwerp konden baseren. Na de ontwikkelfase gingen beide bedrijven zelfstandig verder met hun eigen ontwerpen en productie. Van ‘t Veld: ‘Zo blijft in de markt de ruimte bestaan voor concurrentie en innovatie en wordt Rijkswaterstaat niet afhankelijk van één leverancier’.

Peter Buijs, engineeringsbegeleider Romein Beton. Fotograaf: Hans Hebbink

Demontabel kokerdek

Romein Beton ontwikkelde een betonnen kokerligger die onder geconditioneerde omstandigheden kan worden geproduceerd en daardoor een hoge kwaliteit en dichtheid bereikt. ‘Dat zorgt voor een betere bescherming van de wapening en draagt bij aan een lange levensduur’, vertelt Peter Buijs, engineeringsbegeleider bij Romein Beton. De liggers zijn ontworpen voor een levensduur van tweehonderd jaar, en dat is nog een voorzichtige inschatting. Maar de innovatie zit ‘m niet zozeer in de kokerligger zelf, legt hij uit. ‘Het zit ‘m in het demontabele kokerdek.’ 

Een kokerdek bestaat uit meerdere kokerliggers die samen het brugdek vormen. ‘Kokerliggers worden al jarenlang toegepast in bruggen en viaducten’, vervolgt Buijs. ‘Nieuw is dat we ze zo ontwerpen dat ze later weer losgemaakt kunnen worden.’ Ze worden ontworpen volgens de principes van NTA 8085 voor IFD bouwen. Daarmee geeft de kokerligger invulling aan de ambities van Rijkswaterstaat op het gebied van versnelling en verduurzaming. Buijs vertelt dat ook de afmetingen en aansluitingen zijn gestandaardiseerd. ‘Zo ontstaat een bouwsteen die op meerdere plekken kan worden gebruikt.’

Certificering geeft vertrouwen

Een van de uitdagingen in het proces was de certificering van het systeem. ‘Innoveren betekent buiten de gebaande paden denken, maar een nieuw systeem moet wel gewoon voldoen aan bestaande eisen en regelgeving’, legt Buijs uit. Daarom zocht Romein Beton samen met Heijmans Span- en Verplaatsingstechniek naar een manier om de nieuwe toepassing onder te brengen in een bestaand internationaal gecertificeerd voorspansysteem. ‘Dat was echt een zoektocht’, zegt Buijs. ‘Maar het is gelukt. Daarin verdient Heijmans een groot compliment.’ Door de innovatie in te passen in een bestaand gecertificeerd systeem, kon een langdurig certificeringstraject worden voorkomen. Daardoor is de oplossing sneller toepasbaar. Ook is direct duidelijk dat de oplossing voldoet aan alle veiligheidseisen. ‘Dat geeft vertrouwen’, besluit Buijs.

"Innoveren betekent buiten de gebaande paden denken, maar een nieuw systeem moet wel gewoon voldoen aan bestaande eisen en regelgeving"

‘Niemand staat bovenaan’

Open en gelijkwaardig samenwerken loopt als een rode draad door de totstandkoming van deze innovatie. ‘De kennis van het maakproces zit bij de markt. Als we willen versnellen, moeten we die kennis vanaf het begin benutten’, zegt Van de Beek. Tegelijkertijd helpt deze aanpak Rijkswaterstaat om een aantrekkelijke opdrachtgever te blijven. ‘Aannemers en leveranciers kunnen vaak kiezen voor welke opdrachtgever ze werken’, geeft hij aan. ‘Daarom moeten we zorgen voor meer voorspelbaarheid en minder risico’s. Standaardisering helpt daarbij, omdat het processen eenvoudiger maakt.’

Met elkaar praten, kennis delen en goed naar elkaar luisteren: volgens de mannen van Romein Beton zijn dat de belangrijkste onderdelen van de succesvolle samenwerking. ‘Juist door op tijd elkaars knelpunten, wensen en uitdagingen te bespreken, voorkom je dat je later tegen problemen aanloopt’, zegt Buijs. Voor de ontwikkeling van de kokerliggers heeft hij dan ook veel waardering voor de rol van Rijkswaterstaat. ‘Ze deden het gewoon goed. Ze brachten partijen samen, organiseerden en faciliteerden werksessies en werkten tegelijkertijd aan de juiste randvoorwaarden, zoals de ROK 2.0.’ En misschien nog wel het belangrijkste: ‘Niemand stond bovenaan. We werkten gelijkwaardig samen.’

Eerste steentje in de doos

Op dit moment ligt er bij Romein Beton een uitgewerkt en geaccordeerd ontwerp, waarvan het engineeringswerk nagenoeg is afgerond. ‘De volgende stap is een proof of concept’, zegt Van ’t Veld. ‘Daarmee kunnen we laten zien dat deze innovatie niet alleen op papier werkt, maar ook in de praktijk.’ De standaard kokerligger is een van de eerste bouwstenen van de legodoos waar Rijkswaterstaat naartoe werkt. En dit is pas het begin, zegt Van de Beek. ‘Ik verwacht dat we over vijf jaar voor een groot deel van de betonnen bruggen en viaducten beschikken over een legodoos met gestandaardiseerde bouwstenen. Daarmee kunnen we steeds efficiënter, voorspelbaarder en duurzamer samenwerken aan onze vernieuwingsopgave.’